Staat van de Ouder
De staat van de ouder is een uitgave van Ouders & Onderwijs
Ouders & onderwijs
Staat van de Ouder Staat van de Ouder
Lees verder

Voorwoord Staat van de Ouder

Een veilige school waar kinderen prettig kunnen leren is normaal. Tenminste, dat dacht ik op basis van de ervaring die ik heb met mijn kinderen. Zij gaan elke dag - met plezier - naar school. Dat dit voor een grote groep kinderen niet geldt realiseerde ik me pas echt toen ik directeur bij Ouders & Onderwijs werd.

Tijdens mijn introductie sprak ik als onderdeel van het telefoonteam met veel ouders. Ik schrok van wat ik hoorde. Voor hun kinderen is ongestoord naar school gaan allesbehalve vanzelfsprekend. Het is een worsteling zowel voor ouders als kinderen, elke dag weer. Deze ouders vechten om voor hun kinderen extra aandacht en aanpassingen te regelen. Telkens horen zij: ‘kan niet’, ‘mag niet’, ‘weet niet’ en ‘past niet’. Een situatie die soms leidt tot hoogoplopende conflicten tussen ouders en school. Het is zelfs zo dat kinderen soms jarenlang helemaal geen onderwijs krijgen.

En helaas heb ik het hier niet over een enkel telefoontje. Elke dag ontvangen wij tientallen telefoontjes van ouders die niet meer weten waar ze het moeten zoeken. De helft van alle ouders die contact opnemen met Ouders & Onderwijs heeft problemen met passend onderwijs. Hun kinderen hebben wat anders nodig dan andere kinderen. Omdat ze bijvoorbeeld een handicap hebben, niet goed tegen drukte kunnen, veel of juist heel weinig moeite hebben met leren of ziek zijn. Voor deze kinderen is vijf jaar geleden nieuw beleid gemaakt: passend onderwijs. Dit beleid gaat ervan uit dat scholen deze kinderen extra ondersteuning bieden door de inzet van speciale middelen, advies en extra handen. Kortom: dat onderwijs zich aanpast aan het kind in plaats van andersom.

Voor deze Staat van de Ouder spraken we meer dan honderd ouders over passend onderwijs. Wat me diep raakt is dat veel van hen zich alleen en niet serieus genomen voelen. Zo weten ouders van klasgenoten vaak niet wat er speelt en is er weinig begrip voor ouders van kinderen met een ondersteuningsbehoefte. Onbedoeld wordt er hard geoordeeld. Zo worden vragende ouders lastig gevonden. Ze zouden er met al hun wensen voor zorgen dat de rest van de klas minder aandacht krijgt. En ligt het wel aan het kind? Het zijn vast de ouders die voor problemen zorgen. Ouders die vechten voor passend onderwijs voor hun kinderen voelen vaak het harde oordeel dat anderen onbedoeld afgeven. Een vervelende ervaring in een toch al lastige situatie.

In de vorige Staat van de Ouder richtte ik me in mijn voorwoord tot de ouders die geen passend onderwijs voor hun kinderen krijgen. Nu richt ik me tot iedereen in de omgeving van deze ouders. Laten we samen een steun voor hen zijn. Dat vergt een open blik, positieve nieuwsgierigheid en begrip. Ook roep ik u op om op school te vragen hoe passend onderwijs geregeld is. Of alle kinderen goed mee kunnen komen en wat de school daaraan doet. Laten we samen zorgen voor een vangnet voor kinderen met een ondersteuningsbehoeften én hun ouders. In de tussentijd maken wij een punt van passend onderwijs en werken wij keihard om te zorgen voor beter beleid voor ouders en kinderen. Hoe we dat voor ons zien? Dat leest u in deze Staat van de Ouder.

Lobke Vlaming

DIRECTEUR OUDERS & ONDERWIJS

Inhoud
1. Dromen over onderwijs

Het jaar 2020 staat in het teken van de evaluatie van het in 2014 ingevoerde passend onderwijs beleid. Veel ouders hebben daar wel een mening over, en zien zowel knelpunten als mogelijkheden tot verbetering. Daar gaat deze Staat van de Ouder over. Maar passend onderwijs gaat verder dan aanpassingen voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Iedere ouder droomt over zo passend mogelijk onderwijs voor zijn of haar kind. Daarom hebben we ouders ook gevraagd naar hun dromen voor het onderwijs.

Elk kind wordt gezien en gewaardeerd in zijn eigenheid

Stel dat je met een schone lei mocht beginnen, en het hele onderwijs vanaf de grond weer mocht opbouwen. Hoe zou dat eruit zien? Wat zou het ideale onderwijs zijn? Als je het aan de ouders vraagt, dan komt een duidelijk beeld bovendrijven. De kern van het verhaal is: kleine klassen en persoonlijke aandacht. De ‘menselijke maat’ moet leidend zijn. In de ideale situatie zou school een plaats zijn waar ieder kind met veel plezier iedere dag naartoe gaat. Samen met vrienden en vriendinnen de basis leggen voor een goede toekomst. De school is een plek waar iedereen zich volop kan ontplooien, elk naar zijn eigen interesse en talenten, in een veilige omgeving.

Afgestemd op de behoefte van het kind

Het ideale onderwijs sluit aan bij de ontwikkeling van het kind. De opdrachten die leerlingen doen en de stof die ze behandelen stimuleren hun talenten, vaardigheden en interesse. Daardoor wordt elk kind uitgedaagd het beste uit zichzelf te halen. En er is volop ruimte om fouten te maken, want iedereen weet dat je daar het meeste van leert.

Ouders willen vooral dat kinderen op school de basisvakken leren, zoals lezen, Nederlands en wiskunde. Ze vinden het daarnaast belangrijk dat hun kinderen leren wat hun talenten zijn en waar hun interesses liggen. Zij moeten de kans krijgen dit te ontdekken en zich hier verder in te ontwikkelen. Naast het opdoen van kennis en vaardigheden is er tijd voor creatieve vakken, sport en bewegen en gezelligheid. Bovendien ontwikkelen alle leerlingen hun studievaardigheden en is er aandacht voor burgerschap.

Wat ouders belangrijk vinden aan onderwijs

Als je aan het ideale onderwijs denkt, welke woorden komen er dan in je op?

Examen op verschillende niveaus in verschillende leerjaren

Klein en persoonlijk

Zo’n ideale school is ingedeeld in kleine groepen. Alle leerlingen op de ideale school voelen zich gezien, gehoord en gewaardeerd. Er is ruimte voor leerlingen: klaslokalen en het schoolterrein zijn ruimtelijk ingericht met aandacht voor groen en natuur, en leerlingen kunnen zichzelf te zijn.

Leraren zijn betrokken, bevlogen, deskundig en weten het kind te boeien en in de ontwikkeling te stimuleren. Ze kennen de leerling en zien wat die nodig heeft. Het zijn enthousiaste vakmannen en -vrouwen die weten hoe je kinderen helpt hun talenten te benutten. Ze hebben aandacht voor iedere leerling, en bieden de stof aan op een manier en het niveau die bij de leerling past.

Die persoonlijke aandacht biedt meteen de mogelijkheid om goed te volgen hoe ieder kind zich ontwikkelt. Toetsen zijn nauwelijks nodig, de leraar kent het kind en zijn ontwikkeling van haver tot gort. En omdat de ouders een warme betrokkenheid hebben met de school, is er vanzelfsprekend contact tussen ouders en leraar over de vorderingen van het kind. Daarbij is ontwikkeling belangrijker dan rapportcijfers.

Welke dingen moet het onderwijs jouw kind écht bijbrengen?

En als er wat extra’s nodig is

Leraren op school begrijpen dat sommige leerlingen méér willen weten en anderen een extra duwtje in de rug nodig hebben. Voor de snelle, nieuwsgierige leerlingen beschikken ze over extra uitgebreide of moeilijke lesstof, over de meest uiteenlopende onderwerpen.

Voor kinderen die het lastig vinden om de basisvaardigheden onder de knie te krijgen zijn speciale methoden voorhanden. In kleine groepjes krijgen ze de oefeningen op maat uitgelegd. En als de ene methode niet werkt, dan zijn er genoeg andere aanpakken beschikbaar, spelenderwijs, met ICT-ondersteuning of heel visueel – het doel staat voorop, de leermiddelen volgen de vraag.

Ruimte om fouten te maken en daarvan te leren
Aansluiten bij individuele interesses en capaciteiten

De school als leergemeenschap

Op zo’n ideale school spelen ouders een belangrijke rol. Samen met de leerkrachten zorgen ze ervoor dat de school een omgeving is waarin het kind zich optimaal kan ontwikkelen.

Daar hoort bij dat het vanzelfsprekend is dat ouders en school gelijkwaardig samenwerken. Ouders zijn deskundig in het opvoeden van hun kind, de school heeft verstand van onderwijs. De school neemt ouders serieus en andersom. Lijnen zijn kort, het contact is professioneel en de nadruk ligt op de persoonlijke groei van de leerling. Indien nodig beoordelen ouders samen met de docent welke ondersteuning een kind nodig heeft, en denken ze mee over de beste manier om die in de praktijk te brengen.

Ouders helpen hun kinderen thuis met huiswerk of opdrachten, en ondersteunen de school door mee te denken en praktische hulp te bieden. Die praktische hulp kan bijvoorbeeld bestaan uit het helpen met leeslessen, door het vervoer te regelen bij uitstapjes of mee te praten over schoolbeleid via de medezeggenschapsraad.

Door het onderlinge vertrouwen ontstaat een actieve leergemeenschap waarin iedereen zich inzet om het onderwijs soepel te laten verlopen. Deze leergemeenschap gaat flexibel om met de persoonlijke ontwikkeling van kinderen en houdt rekening met de thuissituatie van kinderen en ouders. Schooltijden en vakantieplanning voelen niet aan als een keurslijf. Niet de regels staan centraal, maar de leerlingen.

Van ideaal naar werkelijkheid

Dromen over onderwijs, en filosoferen over ´de ideale school´ levert prachtige, inspirerende beelden op. Goed onderwijs, waarin alle kinderen gezien worden en hun talenten kunnen ontwikkelen, dat blijft altijd iets om na te streven. Dromen komen niet altijd uit, maar ze helpen wel de huidige staat van het onderwijs in perspectief te plaatsen. Dat doen we in deze publicatie. We focussen op passend onderwijs, enerzijds vanwege de evaluatie in de Tweede Kamer maar anderzijds ook omdat de droom en werkelijkheid hier wel heel ver uit elkaar zijn komen te liggen. Kwetsbare kinderen lijden daar het meest onder. Ouders en kinderen weten vaak heel goed hoe ze zouden willen dat passend onderwijs eruit zou zien. Ze kennen ook de werkelijke situatie. We beschrijven in elk hoofdstuk de verschillen tussen ideaal en praktijk, en ook wat ouders zouden willen om het passend onderwijs te verbeteren. Het doel is om het onderwijs uiteindelijk zo in te richten dat alle kinderen daar tot hun recht komen.

1B Het ideale onderwijs: Ouders aan het woord
punaise

'De essentie van het ideale onderwijs is: laat het kind kind zijn. De nadruk ligt op leren in plaats van kunnen. Leraren zorgen dat het onderwijs aansluit op de leerstrategieën van het kind en stellen zichzelf de vraag: ‘Waardoor geeft het kind dit antwoord?’. Didactiek is gebaseerd op wetenschappelijke kennis over het functioneren van het brein.'

Anja Gerrits

Moeder van Isabel (20), Sophie (17) en Kyle (14)
punaise

'Standaardisatie is goed, mits er ook van af kan worden geweken als de ontwikkeling van het kind daar om vraagt. Niet het systeem en zo hoog mogelijke resultaten dienen centraal te staan, maar de ontwikkeling van het kind.'

Nelleke Tebra

Moeder van Rik (10), Tim (8) en Daan (6)
punaise

'Het uitgangspunt voor onderwijs is dat evenwichtige kinderen beter en sneller leren. Daarom is het belangrijk dat kinderen begeleid worden door academisch geschoolde en gespecialiseerde coaches op het gebied van bijvoorbeeld autisme, dyslexie en hoogbegaafdheid.'

Belinda de Hosson

Moeder
punaise

'Er is ruimte voor de leerling – letterlijk en figuurlijk. Kinderen leren in hun eigen tempo, volgen hun eigen interesses en zijn vrij om te leren ontdekken. Ze worden in het onderwijs zelfstandig door zelf keuzes te maken en worden intrinsiek gemotiveerd. Daarbij is een evenwicht in denken en doen.'

Melanie Malešević-Smit

Moeder van een zoon en dochter op het vo
punaise

'We stoppen met onze kinderen vanaf jonge leeftijd in hokjes te plaatsen (zon, ster, maan of VMBO-tje, Havo-tje, VWO-tje). Dit alles doet namelijk geen recht aan de echte personen die onze kinderen zijn en stuurt (onbewust) naar een eenzijdige ontwikkeling.'

David Bogaerts

Vader van Iason (7) en Melina (4)
punaise

'Het ideale onderwijs sluit aan bij het kind én bij het gezin. Ieder kind is anders, net als ieder gezin. Door onderwijs, BSO en flexibele schooltijden te combineren, lukt het de ideale school om meer tijd vrij te maken: voor kinderen en voor leerkrachten.'

Martine van Huuksloot

Moeder van Ruben (9) en Syb (7)
punaise

'Essentieel is een makkelijke communicatie naar ouders toe. Zodat ouders thuis op een passende manier kunnen ondersteunen. Bijles of begeleiding moet voor ieder kind mogelijk zijn, zonder dat de ouders zelf op zoeken moeten door de wirwar van alle opties.'

Vanessa Jungschlager

Moeder van Jervee (8) en Abby (6)
punaise

'Na de basisschooltijd zou er een ruimte van 2 jaar moeten zijn waarin kinderen zich kunnen vormen voordat ze een vervolgopleiding moeten kiezen. Want wat weet je nou als je net 12 bent?'

Belinda Dijksma

Moeder van Dathan (14), Noëmi (13) en Simeon (11)

Dit vinden ouders belangrijk

Hoe ben ik mezelf en ontdek ik waar ik goed in ben
Buiten de gebaande kaders leren denken
Denken in mogelijkheden
Ruimte om fouten te maken en daarvan te leren
2. Passend onderwijs: Het idee en de praktijk

Ook ouders van kinderen die wat extra’s nodig hebben op school dromen over onderwijs. Net als andere ouders willen zij dat hun kind een veilige plek heeft, zich welkom voelt en kwalitatief goed onderwijs krijgt. Passend bij zijn of haar behoeften.

Het idee

Alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden, zodat elk kind het beste uit zichzelf haalt. Toen het stelsel van passend onderwijs ingevoerd werd, nu vijf jaar geleden, waren de bedoelingen nobel. Scholen in het basis- en voortgezet onderwijs zouden extra hulp bieden aan alle leerlingen die dit nodig hebben. Als ze dit niet zelf kunnen, moeten ze hulp van buitenaf vragen of, als dat nodig is, een andere school vinden.

Passend onderwijs zou deze gevolgen moeten hebben:

  • alle kinderen krijgen een plek op school, met de ondersteuning die ze nodig hebben;
  • een kind gaat naar een reguliere school als dat kan;
  • een kind gaat naar het speciaal onderwijs als intensieve begeleiding nodig is;
  • scholen hebben de mogelijkheden om onderwijsondersteuning op maat te bieden;
  • de talenten en de onderwijsbehoefte van het kind zijn bepalend, niet de beperkingen;
  • kinderen komen niet meer langdurig thuis te zitten doordat er geen passende plek is om onderwijs te volgen.

Voor ouders is passend onderwijs simpel samen te vatten: ze willen dat hun kind kwalitatief goed onderwijs krijgt in een prettige omgeving, juist als hun kind hierbij iets extra’s nodig heeft. Daar hoort passende ondersteuning, aanpassingen of soms maatwerk bij in een veilige en sociale omgeving. In deze Staat van de Ouder kijken we naar passend onderwijs in de praktijk, vanuit het perspectief van ouders.

De praktijk

Het idee achter passend onderwijs mag dan prima zijn, de praktijk blijkt, zoals vaak, weerbarstiger dan de theorie. Na vijf jaar ervaring met passend onderwijs komen de zwakke punten ervan steeds nadrukkelijker aan het licht. Sterker nog: gebrek aan passend onderwijs heeft voor veel ouders en kinderen gezorgd voor complexe situaties met langdurige en ingrijpende gevolgen.

Ouders, kinderen en leraren in de knel

Voor veel kinderen pakt het passend onderwijs goed uit, zij krijgen op school de ondersteuning die ze nodig hebben. De groep ouders die het niet lukt om passend onderwijs voor hun kind te realiseren is echter veel te groot en lijkt alsmaar toe te nemen. Deze ouders komen klem te zitten tussen de belangen van hun kind en de mogelijkheden die de school kan en wil bieden.

Die ouders hebben het gevoel dat hun kind niet gezien wordt, en dat het vechten tegen de bierkaai is om de situatie te verbeteren. Scholen hebben wel een zorgplicht, maar komen die vaak niet na. De onderwijsinspectie doet er te weinig aan, waardoor scholen ook niet aangesproken worden op hun wettelijke verantwoordelijkheden en de situatie blijft bestaan.

Leraren doen vaak hun best om in de klas zo goed en zo kwaad als het gaat passend onderwijs te geven, maar ze kampen met werkdruk door personeelstekorten, bureaucratie en overvolle klassen. Daarnaast beschikken ze over onvoldoende kennis over specifieke aandoeningen. Ze kunnen ook niet terugvallen op onderwijsondersteunend personeel, want dat is er vaak niet.

Buiten de muren van de school wordt ondertussen gekibbeld over verantwoordelijkheden en financiën. Bij vergaderingen lijkt het steeds vaker over een dossier te gaan, in plaats van over een kind van vlees en bloed.

Niet zelden geeft een grote groep professionals in overleggen hun mening over de beste aanpak, en hebben de ouders het gevoel dat ze niet gehoord worden en niet serieus genomen worden. Geen wonder dat ouders vaak vinden dat er veel te ingewikkeld gedaan wordt en dat er te veel mensen bij betrokken zijn. De praktische inbreng die zij hebben, de simpele aanpassingen die ze voorstellen, raken uit beeld. En dat terwijl ouders meestal het beste weten wat wel en niet werkt voor hun kind. Niet alleen doordat zij regelmatig ondersteund worden door eigen specialisten, maar ook doordat zij als vader of moeder hun kind het beste kennen.

Gezinnen onder druk

Het ontbreken van passend onderwijs kan voor grote schade zorgen bij gezinnen die hiermee te maken krijgen. Want als een kind vastloopt, legt dat een enorme druk op ouders. Het is moeilijk om de juiste informatie te vinden, ze moeten veel zelf uitzoeken en uitvinden, en worden onvoldoende meegenomen in het proces op school. Dat kost tijd en energie, in een periode waarin ouders toch al onder druk staan.

Het machteloze gevoel dat ouders hieraan overhouden leidt tot stress in het gezin, met soms verstrekkende gevolgen als baanverlies of psychische problemen. Hun zoon of dochter wordt een ‘dossier’ waar allerlei instanties een mening over hebben en advies over willen geven.

Voor de ouders is het dan vaak al duidelijk dat hun kind ongelukkig is op school. Toch is het lastig om een andere geschikte school te vinden. Andere scholen zijn vaak terughoudend en willen eerst de uitkomsten en beslissingen van de huidige school afwachten.

Als een kind thuis komt te zitten, dan komen ouders regelmatig in de problemen met de leerplicht. Het komt ook voor dat de toch al uitzichtloze situatie nog wordt verergerd als scholen de druk verder opvoeren door Veilig Thuis in te schakelen.

Ouders voelen zich in zo´n situatie machteloos en gefrustreerd. Daarbij maken zich nog eens extra zorgen om het welzijn van hun kind. Ze hebben vaak jarenlang hun uiterste best gedaan om hun kind te helpen, maar ze zijn keihard tegen een muur gelopen.

Wat
ouders
willen

Voor veel ouders en kinderen werkt het systeem van passend onderwijs goed genoeg. Maar er zijn te veel gevallen die buiten de boot vallen, kinderen voor wie het passend onderwijs géén oplossing is. Passend onderwijs is duidelijk aan verbetering toe. Na vijf jaar praktijkervaring hebben veel ouders een behoorlijk goed idee over hoe het beter kan.

De suggesties van ouders om het passend onderwijs te verbeteren vallen uiteen in vier oplossingsrichtingen:

  • Passend onderwijs vraagt om goed onderwijs.
    Passend onderwijs kan alleen een succes worden als de basis van het schoolsysteem op orde is. Dat is nu niet zo. Het onderwijs verdient grondige verbeteringen.
  • Passend onderwijs gebeurt in de klas.
    Iedere echte verbetering is zichtbaar in het klaslokaal, in het schoolgebouw. Iedere school moet de ondersteuning kunnen bieden die nodig is. Ouders moeten van tevoren eerlijk en duidelijk geïnformeerd worden over wat een school wel of niet kan bieden.
  • Een sterkere positie voor ouders.
    Niemand weet meer van een kind dan zijn of haar vader en moeder. Daarom is het raar dat de inbreng van ouders maar al te vaak genegeerd wordt, of dat ouders weggezet worden als lastige onderwijsconsumenten.
  • Een beter stelsel van passend onderwijs.
    Rondom het passend onderwijs is een heel circus aan organisaties en instellingen actief, maar het eindresultaat is onbevredigend. Verbeteringen zijn noodzakelijk om het stelsel van passend onderwijs op orde te krijgen.

Wat is
passend onderwijs
volgens ouders

Goed onderwijs voor elk kind
Maatwerk binnen standaard onderwijs
Onderwijs voor alle kinderen binnen het regulier onderwijs
Het recht op het juiste onderwijs en daarbij extra begeleiding indien nodig
Voor elke leerling wordt er gewerkt binnen zijn mogelijkheden
60% van de ouders is negatief over de toepassing van passend onderwijs in de praktijk.
Van de ouders wiens kind ondersteuning krijgt is 42% ontevreden over de uitvoering van die ondersteuning. Hoe intensiever de ondersteuning, hoe tevredener ouders zijn.
51% van de ouders wiens kind ondersteuning krijgt heeft negatieve ervaringen met de uitvoering van de zorgplicht in de praktijk.
Bij 50% van de ouders wiens kind extra ondersteuning nodig heeft is een ontwikkelingsperspectief opgesteld.
25% van de ouders is niet of nauwelijks betrokken geweest bij het opstellen van het ontwikkelings­perspectief.
2B PORTRET Het verhaal van Legustha
`Afspraken werden uitgesteld, op vragen kwam geen reactie en klachten zijn nooit goed afgehandeld`

De 6-jarige dochter van Legustha Andriessen is chronisch ziek. Ze heeft in verhouding tot leeftijdsgenoten maar een kwart van hun energie.

Met het denkvermogen van het meisje is niets mis. Volgens haar artsen hoeft ze dus ook niet naar het speciaal onderwijs. Legustha ging in gesprek met de plaatselijke, reguliere basisschool. Maar hoewel deze school roept dat iedereen welkom is, ervaart Legustha dit niet zo.

`Ik pleit voor een orgaan dat ouders helpt en dat wettelijk in kan grijpen. Want dat is nodig.`

‘Al bij de eerste kennismaking verliep het gesprek stroef. De directeur zag vooral onmogelijkheden. De school zou niet kunnen voldoen aan het bieden van goed onderwijs voor onze dochter. Maar de reden waarom bleef onduidelijk.’ Legustha werd van het kastje naar de muur gestuurd en de school bleef volhouden dat haar dochter naar het speciaal onderwijs moest. Telkens deed Legustha opnieuw haar verhaal waarbij ze de school vroeg om informatie in te winnen bij de betrokken partijen.

Omdat Legustha bleef vechten, lukte het uiteindelijk om voor haar dochter een plekje binnen het reguliere onderwijs te realiseren. Maar na de moeizame plaatsing verliep de daadwerkelijke ondersteuning op school alles behalve soepel. ‘Onze dochter volgde vier uur per week les maar goede ondersteuning kreeg ze niet. Zo hebben we meer dan een jaar gewacht op een aangepaste stoel en haar naamkaartje heeft lange tijd niet bij de kapstokken gehangen. Wij werden gewoon niet gehoord, niet gezien en niet serieus genomen. Afspraken werden uitgesteld, op vragen kwam geen reactie en klachten zijn nooit goed afgehandeld. Als klap op de vuurpijl is zelfs het dossier van onze dochter kwijtgeraakt.’ Op dat moment is de verbazing, boosheid en frustratie zo intens dat Legustha haar dochter van school haalt.

Haar dochter kan uiteindelijk op een andere school in de buurt worden geplaatst. ‘Eindelijk komt aan onze nachtmerrie een einde. Want op deze reguliere school is er tijd en aandacht voor een goed gesprek. Er wordt gekeken naar wat onze dochter nodig heeft en daar worden wij als ouders bij betrokken. Deze school is duidelijk over wat ze kunnen en nog belangrijker, waar ze geen kennis van hebben. Ze maken duidelijke af­spraken waarbij het belang van onze dochter voorop staat. Onze mening wordt daarin zeker gehoord en gerespecteerd.’ En volgens Legustha zouden alle scholen dat moeten doen. ‘Het is belangrijk dat een school zich niet opstelt als zorgverlener. Zij geven onderwijs en die kennis moeten ze benutten om dat op een goede manier te doen, passend bij de behoefte van een kind.’

Legustha blijft strijden voor passend onderwijs. Niet voor haar dochter maar voor alle andere kinderen én ouders. ‘Ik pleit voor een orgaan dat ouders helpt en dat wettelijk in kan grijpen. Want dat is nodig.’

3. PASSEND ONDERWIJS VRAAGT OM GOED ONDERWIJS

In een ideale situatie zijn de behoeften van iedere leerling helder in beeld en slagen alle scholen erin daarop in te spelen met passend onderwijs. Om dat voor elkaar te krijgen, is het essentieel dat het fundament onder het onderwijs stevig is. Maar dat is niet het geval. Als je een beetje uitzoomt en het hele systeem van basis- en voortgezet onderwijs kritisch beschouwt, blijkt dat er wel meer mis is dan alleen de uitvoering van het passend onderwijs. Niet voor niets stond het Malieveld afgelopen jaar regelmatig vol met leerkrachten. Dat ging echt niet alleen over salaris.

De basis is niet op orde

Het onderwijs heeft te maken met personeelstekorten en werkdruk. Leraren hebben daardoor te weinig tijd voor de leerlingen en hun ontwikkeling. Kinderen helpen om zich goed te ontwikkelen vraagt om leraren van topniveau, met leerkrachten die hun vakkennis en didactische vaardigheden voortdurend op peil houden met bijscholingen. In de hectiek van het huidige systeem is daar veel te weinig ruimte voor.

Bovendien neemt kansenongelijkheid toe en lopen leerprestaties en de onderwijskwaliteit terug. De bureaucratie groeit, steeds meer tijd gaat op aan administratie en formulieren. Een nooit aflatende stroom toetsen moet de prestaties bewaken, maar dat voorkomt niet dat het niveau van het onderwijs terugloopt. Steeds meer kinderen kunnen niet goed lezen als ze van school komen.

Kinderen die toch al lastig meekomen zijn het slachtoffer van het overbelaste onderwijssysteem. In de maalstroom van het reguliere onderwijs slagen veel kinderen er niet in het hoofd boven water te houden. Leraren en schoolbesturen zitten met de handen in het haar, want ze hebben niet de tijd en de kennis om deze leerlingen te geven wat ze nodig hebben. Ondertussen vallen steeds meer kinderen tussen wal en schip en is er voor hen geen passende onderwijsplek beschikbaar.

Overvolle klassen, de prestatiedruk, het lerarentekort en de werkdruk versterken elkaar in een negatieve spiraal. Met pappen en nathouden en hier en daar wat noodmaatregelen is het schip de afgelopen jaren met moeite boven water gebleven, maar doorgaan op dezelfde weg is op lange termijn geen oplossing. Het onderwijs in Nederland is in de basis gewoon onvoldoende op orde.

Wat
ouders
willen

Ouders maken zich er grote zorgen over dat de basis van ons onderwijssysteem zo verzwakt is. Ze hebben er terecht geen vertrouwen in dat je op zo’n gammel fundament een stevig bouwwerk voor passend onderwijs in stand kunt houden. Aanpassingen in het passend onderwijs gaan niet helpen als niet tegelijkertijd de basis op orde wordt gebracht. Wat daarvoor nodig is, is eigenlijk geen nieuws.

  • Kleinere klassen en meer flexibiliteit in de klassengrootte.
    Zo worden kinderen echt gezien en komen ze beter tot hun recht.
  • Investeren in leerkrachten.
    Zorg voor voldoende leraren en verlaag de werkdruk. Daarnaast zou in de basis­opleiding en bijscholing meer aandacht moeten zijn voor het lesgeven aan kinderen met diverse ondersteuningsbehoeften, samenwerken met ouders en het stelsel van passend onderwijs. Het vak van docent verdient meer waardering, ook financieel.
  • Meer onderwijsondersteunend personeel en ondersteuning in de klas.
    De werkdruk voor leraren daalt daardoor, kinderen krijgen meer aandacht en er is meer tijd voor lesvoorbereiding en scholing. De inzet van voldoende onderwijs­ondersteunend personeel is een voorwaarde voor passend onderwijs. Er ontstaat ruimte om de kennis over specifieke groepen te verbreden (zoals hoogbegaafdheid, autisme, chronische aandoeningen en angststoornissen).

3B Cijfers

Lerarentekort

Lerarentekort neemt tot 2024 verder toe

met 1970 voltijdbanen in het basisonderwijs

met 1300 voltijdbanen in het voortgezet onderwijs

De problemen zijn het grootst in de Randstad, en met name de grote steden

Op het voortgezet onderwijs is het tekort het grootst voor bètavakken

en vreemde talen Duits, Frans en Klassieke Talen

Ouders merken de gevolgen

69% van de ouders ziet zich geconfronteerd met de gevolgen van het lerarentekort

29% merkt dat er veel lesuitval is op school

26% ziet dat de onderwijskwaliteit afneemt

22% ziet groepen opgedeeld worden

Ouders willen structureel meer geld voor salarisverhoging en werkdrukverlaging leraren

75% van de ouders vindt dat er structureel meer geld moet komen voor het verlagen van de werkdruk in het onderwijs

53% is voor een structurele salarisverhoging

‘Zorg voor meer en vooral kundige leerkrachten! Beloon ze ook, geef ze doorgroeimogelijkheden.’

Onderwijskwaliteit

Ouders maken zich grote zorgen over de dalende onderwijskwaliteit

84% van de ouders maakt zich zorgen over afnemende onderwijskwaliteit

47% van de ouders maakt zich zelfs ernstig zorgen

En terecht, want de leerprestaties van Nederlandse leerlingen nemen al jaren af

Ook de Onderwijsinspectie waarschuwt voor een dalende onderwijskwaliteit!

Staat van het Onderwijs 2018

"De prestaties van leerlingen zijn de afgelopen 20 jaar geleidelijk gedaald. […] Vooral toptalent ontwikkelt zich minder. Maar de laatste twee jaar zien we ook steeds meer leerlingen van de basisschool komen die onvoldoende goed kunnen lezen. De gestage daling en stagnatie van de prestaties in het funderend onderwijs is uniek en reden tot zorg."

Staat van het Onderwijs 2019

"De ontwikkelingen waar de Inspectie van het Onderwijs in de voorgaande jaren al aandacht voor vroeg - zoals teruglopende leerlingprestaties, ongelijke kansen en segregatie - dreigen zich mede onder druk van een ongelijk verdeeld lerarentekort te verdiepen."

Staat van het Onderwijs 2020

"In 2018 spraken we over dalende trends in leerlingprestaties over de lange termijn. Deze trend zet door. […] Nederlandse leerlingen presteren op leesvaardigheid voor het eerst onder het EU gemiddelde.”

“De groep leerlingen die moeite heeft met lezen groeit. De OESO beschouwt 24 procent van de Nederlandse 15-jarigen als dermate laaggeletterd dat zij niet voldoende kunnen meekomen in de maatschappij."

4. PASSEND ONDERWIJS BEGINT IN DE KLAS

Papier is geduldig en een beleidsstuk is gauw geschreven. Maar uiteindelijk hangt het slagen van passend onderwijs af van wat er in de klas en op school gebeurt. En juist in de praktijk blijkt het maar de vraag te zijn wat ouders en leerlingen van een school kunnen verwachten. Dat levert onzekerheid op.

Onduidelijkheid, willekeur en inadequate begeleiding

Goed passend onderwijs herken je aan wat er in de klas en op school gebeurt. Daar, op de werkvloer, zijn praktische oplossingen nodig om ervoor te zorgen dat het onderwijs voor alle leerlingen toegankelijk is. Of het lukt om een ‘standaard’ school zó te organiseren dat er passend onderwijs gegeven kan worden, blijkt nogal eens af te hangen van de regio en de school. Sommige scholen of regio’s bieden allerlei mogelijkheden die het voor ouders gemakkelijker maken hun kind passend onderwijs te laten krijgen, op andere scholen en regio’s is amper wat geregeld. De willekeur wekt de indruk dat extra budget niet altijd terecht komt op de plek waar het nodig is: in de klas, op de school, bij het kind.

De ene school staat open voor alle leerlingen en werkt enthousiast mee om het voor leerlingen goed te regelen. Andere scholen ontmoedigen ouders om hun kind met een ondersteuningsbehoefte aan te melden. Ook binnen de klas blijkt het vaak lastig om kinderen adequate ondersteuning en begeleiding te bieden. Waar ouders verwachten dat de ondersteuning de behoefte van het kind volgt, is dat in de praktijk lang niet altijd het geval. Ondersteuning is aanbodgestuurd. Het blijkt bovendien moeilijk om tijdens schooltijd medische of psychische zorg te organiseren. Daarbij staan leraren te vaak alleen en krijgen ze niet de ondersteuning die zij nodig hebben om leerlingen te begeleiden. De benodigde expertise en extra handen zijn simpelweg niet beschikbaar binnen de school.

Het gevolg is dat het voor ouders lang niet altijd duidelijk is waar hun kind recht op heeft en wat een school wel of niet kan bieden. Het is maar de vraag of een rolstoeltoegankelijk toilet, aangepast meubilair of een afgeschermd, prikkelarm hoekje geregeld kunnen worden. Ouders worden daardoor regelmatig van het kastje naar de muur gestuurd. Goede zorg op school is daarmee te veel afhankelijk van toeval en goodwill.

Als het uiteindelijk niet lukt om een leerling passend onderwijs te bieden, leidt dat er soms toe dat kinderen uit het schoolsysteem vallen en thuis komen te zitten. De afgelopen jaren is het aantal thuiszitters gestaag gegroeid. Met grote consequenties voor deze kinderen en hun gezinnen. De kinderen hebben soms het gevoel dat zij door scholen aan hun lot overgelaten worden en horen tijden niets meer. De hele gezinslogistiek gaat overhoop. Soms moeten ouders hun baan opgeven om hun kind thuis te begeleiden. Of ouders voelen zich juist onder druk gezet om hun kinderen zo snel mogelijk weer naar school te sturen. Ook als ze aangeven dat hun kind hier niet aan toe is.

Wat
ouders
willen

Ouders hebben behoefte aan duidelijkheid over wat er nou precies wel en niet geregeld kan worden op school en in de klas. Ze bekijken het hele systeem van passend onderwijs niet door de bril van een beleidsmaker of bestuurder, maar met een praktische blik. Om de uitvoering van het passend onderwijs in de klas en op school te verbeteren, zien ouders mogelijkheden genoeg.

  • Op iedere school moet goede ondersteuning zijn.
    Het moet normaal zijn dat kinderen met allerlei achtergronden en specifieke aandoeningen zich op hun gemak voelen, en de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Dat mag je van iedere school verwachten, en dit mag niet afhangen van geluk of toeval.
  • Meer ondersteuning in de klas.
    Adequate ondersteuning zorgt ervoor dat leraren kinderen de aandacht kunnen geven die ze nodig hebben. Die ondersteuning kan in de klas zijn, maar kan ook komen van bijvoorbeeld zorgpersoneel met kennis van specifieke groepen.
  • Transparant systeem voor toewijzing extra ondersteuning.
    Landelijke richtlijnen zorgen ervoor dat scholen en ouders weten waar ze aan toe zijn en dat het geld ook daar terecht komt waar het nodig is: bij het kind in de klas op een reguliere school of in het speciaal onderwijs.
  • Duidelijkheid over wat ouders van een school kunnen verwachten.
    Ieder samenwerkingsverband zou een dekkend aanbod moeten hebben, en daar duidelijke informatie over moeten geven. Dan weten ouders en professionals waar ze aan toe zijn. Zorg voor goede en eenduidige informatie op scholen zodat ouders weten waarvoor ze kiezen en wat ze kunnen verwachten.
  • Zorg op school.
    De combinatie zorg/school moet beter. Veel voorkomende medische handelingen zouden op school plaats moeten kunnen vinden. Betrek ouders bij het organiseren daarvan. Vergeet daarbij het leerlingenvervoer niet.
  • Flexibel aanbod en leerrecht.
    Alle kinderen zijn anders, dus het zou normaal moeten zijn dat ‘passend onderwijs’ flexibel ingericht wordt. Soms hebben kinderen maatwerk in onderwijstijd en onderwijslocatie nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. De klassieke leerplicht moet veranderen in een leerrecht.
  • Thuiszitters mogen niet vergeten worden.
    Samenwerkingsverbanden moeten een persoonsgebonden leerrechtbudget reserveren voor kinderen die thuis­zitten. Uit dit budget kunnen kosten voor alternatieve vormen van onderwijs aan deze leerlingen worden betaald als het samenwerkingsverband zelf geen dekkend aanbod kan leveren.

Adviezen van ouders

‘Scholen moeten minder denken in problemen en meer denken in mogelijkheden. Wat kunnen wij als school wel doen?’

‘Kijk meer naar wat het kind nodig heeft en minder naar of ze in de juiste vakjes passen.’

‘Denk buiten de kaders en bied maatwerk. Durf te pionieren.’

‘Geef het aan als je dingen niet kunt en wees daar eerlijk in.’

Kinderen worden al afgewezen bij het idee dat er meer nodig is.
Het is heel erg leerkrachtafhankelijk of het werkt.
Probeer in hemelsnaam samen te werken tussen de domeinen zorg en onderwijs!
Er is te weinig geld, te weinig kennis en vooral te weinig kennisuitwisseling.
4B PORTRET Het verhaal van Marrigje
`Er zijn te weinig mogelijkheden om creatief of onderzoekend te leren`

Marrigje de Bok heeft een hoogbegaafde zoon. Op de basisschool ontstonden problemen, omdat het lesaanbod niet goed aansloot bij wat hij nodig had.

‘Vanaf zijn vierde jaar is hij bezeten van geschiedenis. Hij wilde alles weten over de Romeinen en Egyptenaren. Dat vindt hij echt interessant, maar de lesstof sloot daar niet op aan.’ Ook was de lesstof op de basisschool veel te makkelijk voor haar zoon en ging de uitleg veel te traag. ‘Op een gegeven moment kwam hij thuis en vertelde hij dat ze twee dagen deden over één woordje. Dat vond hij enorm frustrerend. De methodes op school zijn nogal strikt, het gaat om reproduceren van kennis en er zijn te weinig mogelijkheden om creatief of onderzoekend te leren’, zegt Marrigje.

De verveling sloeg toe. ‘Hij wilde eigenlijk meer, Engels volgen bijvoorbeeld. Groep 6 kreeg dat en dan luisterde hij met gespitste oren mee. Maar hij mocht niet meedoen.’ Marrigje noemt dit als voorbeeld van een gemiste kans. ‘Over het algemeen kun je zeggen dat het onderwijs veel te weinig flexibel is. Er moeten meer mogelijkheden zijn voor maatwerk.’

Alles verliep goed toen haar zoon naar een school voor hoogbegaafde kinderen ging. Helaas kwam die school in moeilijkheden en verslechterde dat onderwijs. Zo kreeg hij geen goede begeleiding meer en kwam hij in groep 8 thuis te zitten. ‘Thuiszitten is zowel voor het kind als voor de ouders zwaar. Kinderen hebben veel meegemaakt, horen nergens meer bij en zitten niet goed in hun vel. Dat is pijnlijk voor ouders. Zij moeten hun kind opvangen en ook zelf kunnen werken. We maakten ons zorgen over de toekomst. Hoe moest dat met het schooladvies en met de overgang naar het voortgezet onderwijs?’

`Pas als ze weer het goede aanbod krijgen kunnen ze groeien`

`Er bestaan volgens Marrigje zeker misverstanden over hoogbegaafdheid. ‘Voor veel docenten is het een leerling die heel goed presteert. Maar ze laten vaak niet zien wat ze kunnen, omdat ze zich aanpassen aan het niveau van de groep of hun motivatie verliezen. Pas als ze weer het goede aanbod krijgen, kunnen ze groeien. Ik heb dat elke keer bij mijn zoon gezien: in de plusgroep, op de hb-school en nu op het gymnasium. Als hij op de goede plek zit gaat hij als een speer.’ Haar zoon gaat inmiddels met plezier naar school en staat er goed voor. ‘Dit is voor hem passend onderwijs. Hij krijgt veel creatieve opdrachten en de vakken zoals Latijn, Grieks en geschiedenis sluiten helemaal aan bij zijn interesses. Ook wordt hij echt gezien door de docenten en hij krijgt veel complimenten.’ Haar advies voor andere ouders is om niet te lang te blijven aanmodderen. ‘Ga in gesprek met de school. Kijk naar je kind, soms is het echt tijd voor iets anders dat beter past.’

5. EEN STERKERE POSITIE VOOR OUDERS

Wie weet er nou beter wat een kind nodig heeft dan zijn eigen vader of moeder? Niemand natuurlijk. Wie zijn er verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van een kind? De ouders, uiteraard. Toch wordt er veel te weinig gebruik gemaakt van de kennis en ervaringsdeskundigheid van ouders. Het gebeurt maar al te vaak dat ouders zich in gesprekken met de school niet serieus genomen voelen. Ze krijgen het idee dat ze afhankelijk zijn van de beslissingen die de school neemt.

Ouders en kinderen sneeuwen onder

Ondanks dat ouders verantwoordelijk zijn voor het welzijn van hun kind sneeuwen zij niet zelden onder zodra hun kind extra ondersteuning nodig heeft. Soms zijn er wel 15 deskundigen betrokken bij het organiseren van passend onderwijs voor een leerling. In plaats van samen met de school naar de beste oplossingen te zoeken, gaat er nu vaak veel energie verloren in de worsteling die ouders ervaren om met alle experts en bestuurders op een lijn te komen. Ouders staan hier vaak alleen in. En niet alleen de ouders hebben moeite om gehoord te worden; ook kinderen komen niet altijd aan het woord. Daardoor is lang niet altijd helder in beeld wat leerling zelf motiveert en belangrijk vindt.

De rechten van ouders en kinderen zijn in wet en regelgeving vastgelegd. Toch gebeurt het dat ouders die opkomen voor hun rechten en de belangen van hun kind, impliciet te horen krijgen dat ze te veeleisend zijn. Of ze worden weggezet als lastige, kritische ouder. Scholen vragen soms naar informatie die eigenlijk vertrouwelijk is of delen deze zonder toestemming. Het komt zelfs voor dat scholen ouders onder druk zetten met (het dreigen met) een Veilig Thuis-melding. Deze weinig constructieve bejegening van ouders doet het kind geen goed.

Je wordt van het kastje naar de muur gestuurd en uiteindelijk mag je het bekijken. Er is nauwelijks tot geen ondersteuning voor het zoeken naar een passende plek
Voor veel ouders is de materie te moeilijk en te veel. Het is niet duidelijk welke rechten je hebt als ouder en als kind
Neem leerlingen, leerkrachten en ouders serieus
De betreffende school verzint van alles en doet zelfs onterechte meldingen bij Veilig Thuis om een kind dat meer ondersteuning nodig heeft kwijt te raken

Wat
ouders
willen

Ouders zijn en blijven verantwoordelijk voor het welzijn en de opvoeding van het kind. Om te zorgen dat de rechten van ouders in de praktijk waargemaakt worden, zijn de volgende verbeteringen in de positie van ouders nodig:

  • De ouders gaan over de informatie die ze delen.
    Wettelijk hebben ouders de plicht om de informatie over hun kind te delen die voor school noodzakelijk is voor het onderwijs, maar voor het overige zijn ze zelf baas over hun gegevens. Betere, juridisch onderbouwde kennis bij onderwijspersoneel is hierover nodig.
  • Stel een onafhankelijk ouderpunt in bij de samenwerkingsverbanden.
    Dit steunpunt kan ouders informeren over en ondersteunen bij passend onderwijs. Laat de samenwerkings­verbanden zo’n steunpunt financieren en laat ouders bepalen hoe het ingericht wordt.
  • Regionaal steunpunt van ervaringsdeskundigen.
    Ouders hebben er behoefte aan om kennis en ervaringen te delen, zodat ze beter in staat zijn samen met de school echt passend onderwijs te realiseren. De overheid zou dit moeten faciliteren.
  • Ook leerlingen moeten beter gehoord worden.
    Bij beslissingen over de extra ondersteuning, het ontwikkelingsperspectief en een toelaatbaarheidsverklaring zouden kinderen altijd gehoord moeten worden. Leg dit wettelijk vast in een hoorrecht.
  • Geen Veilig Thuis-melding bij ontbreken passend onderwijs.
    Een Veilig Thuis-melding is niet bedoeld voor niet passend onderwijs. Het inzetten van VT als drukmiddel om ouders te dwingen een oplossing te accepteren waar zij en hun kind niet achter staan zou niet mogen voorkomen. De meldcode voor scholen moet hierop aangepast worden.

5B PORTRET Het verhaal van Erik
`Quirine verloor haar dagelijkse sociale contacten en had het gevoel er niet toe te doen`

Quirine Beelen, de 16-jarige dochter van Erik en Edith groeide op in een lastige thuissituatie. Op school voelde ze zich niet begrepen, werden afspraken niet nagekomen en liep ze vast. Uiteindelijk zat ze het grootste gedeelte van haar middelbare-schoolperiode thuis.

Toen Quirine vier jaar was werd haar broer, na jaren van behandeling, vrijwillig uit huis geplaatst. ‘Die situatie was zwaar en ook bij Quirine gaf dit veel spanning.’ Hierdoor kon ze op school weinig verdragen. Bovendien ontwikkelde Quirine in deze periode een sterk rechtvaardigheidsgevoel en een eigen mening.

Nadat Quirine in groep 8 korte tijd had thuisgezeten, begon ze na de zomervakantie op een reguliere vmbo. ‘Ze startte op een voor haar laag niveau. Het opdoen van een succeservaring stond centraal.’ Quirine haalde goede cijfers, maar haar gedrag zorgde voor problemen. Samen met de zorgcoördinator werd daarom besloten dat Quirine beter op haar plek zou zijn op het voortgezet speciaal onderwijs. De lesstof was te makkelijk, personeelswisselingen zorgden voor onrust en daardoor kreeg Quirine meermaals een time-out. De toetsen die ze hierdoor miste moest ze allemaal tegelijk inhalen. Dat was te veel. Quirine ervoer druk en stuitte wederom op onbegrip. In het tweede jaar van het vmbo viel ze uit. Na ontelbare gesprekken met de leerplichtambtenaar, orthopedagoog, het wijkteam, een ouderplatform en een externe onderwijscoach wordt Quirine geplaatst op een andere vmbo-school. Maar al snel blijkt dat de lesstof weer niet aansluit bij haar niveau en opnieuw worden afspraken niet nagekomen. Op dat moment is Quirine het vertrouwen helemaal kwijt. Ze komt definitief thuis te zitten.

`Ze groeit, zit beter in haar vel en heeft een toekomstbeeld`

‘Dat was een zware periode voor ons allemaal. Quirine verloor haar dagelijkse sociale contacten en had het gevoel er niet toe te doen,’ zegt Erik. Toch wilde Quirine blijven leren. Dankzij YouTube en tv-series leerde ze Engels en biologie. Met haar vader en moeder discussieerde ze over nieuwsonderwerpen. Zo bleef ze zich ontwikkelen. ‘Door ons goede contact met het wijkteam was een PGB en een vorm van onderwijsondersteuning te regelen.’ Het ouderplatform Zuid-Holland Zuid gaf Erik en Edith de erkenning waar zij en Quirine behoefte aan hadden. Nu zit Quirine nog steeds thuis, maar dankzij een lange adem mag ze dit schooljaar staatsexamen doen. Na de zomervakantie start ze met de mbo-opleiding pedagogisch medewerker. ‘Ze groeit, zit beter in haar vel en heeft een toekomstbeeld,’ aldus Erik.

Ouders van thuiszitters adviseert Erik om nooit alleen in gesprek te gaan. ‘Kijk of een professional, mee kan gaan. Die heeft meer aanzien dan ouders. Laat afspraken vastleggen en zoek een ouderplatform in de buurt. Zij weten veel van de regelgeving. Vaak kan er meer dan dat scholen, samenwerkingsverbanden en leerplicht schetsen.’

Staat van de Ouder
6. EEN BETER STELSEL VAN PASSEND ONDERWIJS

Hoe passend onderwijs in de praktijk uitpakt, zie je vooral op school en in de klas. Maar het stelsel daaromheen moet ook goed in elkaar zitten. Dat is nu onvoldoende het geval. Er is te veel onduidelijkheid over het toezicht en de handhaving op de afspraken en regels waar scholen, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden zich aan moeten houden. Ouders en kinderen raken in dit stelsel op de achtergrond en hebben te weinig zeggenschap en invloed.

Uitvoering van afspraken, regels en wetten laat te wensen over

Bij passend onderwijs zijn tal van partijen betrokken. In de eerste plaats natuurlijk de ouders en het kind zelf, en de school. Daarnaast hebben schoolbesturen, samenwerkingsverbanden, onderwijsinspectie, leerplicht, gemeente en zorgaanbieders een rol. Iedereen heeft zijn eigen perspectief en zijn eigen belangen, en niet alle rollen zijn even helder. Schoolbesturen zetten een goede uitvoering van passend onderwijs niet altijd bovenaan de prioriteitenlijst en weten vaak onvoldoende wat er speelt.

Samenwerkingsverbanden hebben eigenlijk weinig zeggenschap. Ze horen toezicht te houden op de gemaakte afspraken over passend onderwijs en letten daarbij op drie dingen: de zorgplicht van scholen, de keuzevrijheid van ouders en of er voor iedere leerling een geschikte plek is. In de praktijk zitten samenwerkingsverbanden niet altijd bovenop hun toezichthoudende taak. Voor ouders is het vaak moeilijk om in contact te komen met het samenwerkingsverband, of ze krijgen te horen dat het samenwerkingsverband niets kan doen.

De zorgplicht is een centraal onderdeel van de wetgeving over passend onderwijs, maar in de praktijk wordt die plicht niet altijd nagekomen. Het komt te vaak voor dat ouders te horen krijgen dat ze hun kind niet kunnen inschrijven, zonder dat duidelijk is of iemand überhaupt de moeite heeft genomen uit te zoeken wat de mogelijk­heden op school of de ondersteuningsbehoeften van het kind zijn. Soms wordt een kind verwijderd zonder dat een andere passende school is gevonden. Deze beslissingen worden niet zelden genomen zonder dat de ouders daarbij betrokken zijn.

De onderwijsinspectie moet toezien op naleving van de regels door scholen, maar geeft meldingen van ouders weinig prioriteit en koppelt bevindingen niet aan ouders terug.

Zorg dat er een punt komt waar ouders hun klacht over het onderwijs neer kunnen leggen bij de onderwijsinspectie. Het is maar 1 ouder die tegelijk belt maar een hele grote groep ouders en kinderen die goed beargumenteerde klachten hebben en nu nergens terecht kunnen
Neem een voorbeeld aan andere landen waar alle kinderen naar dezelfde school gaan ongeacht of je iets mankeert

Wat
ouders
willen

Ouders zijn duidelijk. Hun rechten moeten gerespecteerd worden en wet- en regelgeving en onderlinge afspraken moeten nagekomen worden. Zij moeten écht invloed kunnen hebben op de keuzes rondom passend onderwijs voor hun kind. Pas dan is de weg vrij voor ouders en school om op een gelijkwaardige manier onderwijs te realiseren dat past bij de behoefte van de leerling. Daarom willen ouders de volgende zaken verbeterd zien:

  • De keuzevrijheid van de ouders en het kind moet gegarandeerd worden.
    Net als de keuze voor bijzonder onderwijs of een pedagogische filosofie, moeten ouders de keuzevrijheid hebben om zelf te kiezen of hun zoon of dochter onderwijs volgt op een reguliere school of in het speciaal onderwijs.
  • Beter toezicht door het samenwerkingsverband.
    Ouders, leerlingen en personeel moeten in de gaten kunnen houden of het samenwerkingsverband scholen die zich niet houden aan de afspraken daar inderdaad op aanspreekt.
  • Betere handhaving van de zorgplicht door de onderwijsinspectie.
    Informeer ouders over deze handhaving en stimuleer meldingen van ouders. Stel sancties in voor het schenden van de zorgplicht door schoolbesturen.
  • Maak werk van inclusie.
    Ontwikkel een actieplan waarin beschreven wordt hoe regulier en speciaal onderwijs beter kunnen integreren. Doel is dat het onderwijs voor een grote en diverse groep leerlingen openstaat. Maak daarbij gebruik van de kennis van goede voorbeelden die er al zijn, zoals de Samen naar school-klassen.

6B PORTRET Het verhaal van Fatima
`Ik had veel vragen, maar het bestuur van de basisschool was niet bereid om het gesprek met mij aan te gaan`

De dochter van Fatima Ouahou heeft het downsyndroom. Ze levert een harde strijd voor passend onderwijs.

De dochter van Fatima had een paar ochtenden in de week een stoeltje in een fijne klas. ‘Mijn kind was op haar plek in het regulier onderwijs. Ze had behoefte aan begeleiding en structuur en dat kreeg ze. De leraren stonden voor haar open en ze werd snel geaccepteerd door haar klasgenoten. Dat voelde heel fijn! Fatima schetst nog een voordeel van het reguliere onderwijs:
‘De andere kinderen waren veel taliger dan mijn dochter. Zij ging dat imiteren en dat had een enorm positieve uitwerking. Zo kon iedereen heel goed met haar communiceren.’

Aan deze prettige en passende situatie kwam een einde toen er ineens geen budget meer was. De dochter van Fatima werd van school verwijderd. ‘Ik had veel vragen, maar het bestuur van de school was niet bereid om het gesprek met mij aan te gaan. Het besluit voor een verwijderingsprocedure stond al vast, middenin het schooljaar. Mijn kind heeft de rest van het schooljaar thuisgezeten.’ En zo moest de dochter van Fatima naar het speciaal onderwijs, waar ze terecht kwam in een klas voor kinderen met een ernstig meervoudige beperking. ‘Dit is geen onderwijs, maar dagbesteding. Mijn dochter is de enige in de klas die al kan lezen, een behoorlijke woordenschat heeft en zindelijk is. Ze wordt geslagen en geschopt door kinderen met ernstige gedragsproblemen.’

`Dit is niet eerlijk, mijn kind verdient dit niet.`

Fatima is radeloos. ‘Dit is niet eerlijk. Mijn kind verdient dit niet. Ze was zo goed bezig met haar ontwikkeling en nu zie ik een kind dat schreeuwt en achterstanden oploopt.’ Volgens Fatima moet er iets veranderen. ‘Het is te gek voor woorden dat de school de vrijheid heeft om mijn dochter zomaar te verwijderen.’ Volgens haar heeft vooral het samenwerkingsverband van het reguliere onderwijs te veel macht. ‘Het is niets meer dan een faciliteerdienst voor het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring voor speciaal onderwijs.’ Fatima blijft strijden voor haar dochter en is de oprichtster van stichting Malak, waarmee ze streeft naar inclusief onderwijs. ‘Alle jongeren hebben beperkingen, ook gezonde kinderen, maar daar moet je niet op blijven focussen. Men moet de wil hebben om zich te verdiepen in de leerling. Kijk daarbij naar mogelijkheden en niet naar beperkingen.’

Nawoord

Dromen van de ideale onderwijssituatie kan inspirerend zijn, maar met alleen dromen komen we er niet. Alle kinderen verdienen goed onderwijs, op een school en in een klas waar ze gezien worden en zich begrepen voelen. Waar ze zich op hun eigen manier kunnen ontwikkelen. De realiteit is op dit moment op veel plaatsen anders.

Passend onderwijs was goed bedoeld, maar levert in de praktijk veel problemen op. Alle ouders en hun kinderen, en in het bijzonder die kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte, zijn nu gebaat bij daadkrachtig optreden. Breng de basis van het onderwijs op orde en voer tegelijkertijd verbeteringen door rondom passend onderwijs. We roepen iedereen op om te helpen deze aanbevelingen tot werkelijkheid te maken. Ouders, leerlingen, leerkrachten, schooldirecteuren, beleidsmakers, inspectie, bestuurders – iedereen kan helpen om de droom van goed onderwijs voor iedereen te realiseren.

Over de Staat van de Ouder 2020

Ouders, bedankt!

We willen graag iedereen bedanken die heeft meegewerkt aan de Staat van de Ouder 2020. En in het bijzonder de ouders die ons hun meningen en ervaringen hebben gedeeld via interviews, bijeenkomsten, ons informatiepunt en het Landelijk Ouderpanel. We bedanken ook graag Oudervereniging Balans en Ieder(in) voor hun inhoudelijke inbreng.

Verantwoording

De Staat van de Ouder is een jaarlijkse productie van Ouders & Onderwijs. Dit jaar geheel in het thema passend onderwijs. Om een goed beeld te krijgen van de problematiek en oplossingsrichting hebben wij op diverse manieren de mening van ouders onderzocht. Er waren drie bijeenkomsten in januari: in Zwolle, Eindhoven en Utrecht. Meer dan 100 ouders waren hierbij aanwezig. Daarnaast namen vele ouders contact op met ons informatiepunt. De duizenden gesprekken met ouders over passend onderwijs zijn in deze rapportage meegenomen. Tot slot hielden we drie peilingen onder ouders in het Landelijk Ouderpanel. De eerste peiling ging over de kennis en ervaringen van ouders met passend onderwijs. Hieraan deden 890 ouders mee. In de tweede peiling vroegen we ouders hoe zij het onderwijs in zouden richten als zij daar de vrijheid in kregen. Aan die peiling deden 708 ouders mee. Tot slot deden we al eerder dit jaar onderzoek naar de mening van ouders over het lerarentekort. Al deze inbreng heeft geleid tot deze Staat van de Ouder. Al deze inbreng heeft geleid tot deze Staat van de Ouder en is bovendien vertaald in een notitie met beleidsaanbevelingen voor het ministerie en de politiek.

Ouders: Laat van je horen!

De stem van ouders laten horen, dat is het doel van het Landelijk Ouderpanel, een initiatief van Ouders & Onderwijs en Opvoedinformatie Nederland. Ouders in het panel praten via online onderzoeken en peilingen mee over onderwerpen die te maken hebben met onderwijs én opvoeden. Deze inbreng neemt Ouders & Onderwijs vervolgens mee in gesprekken en contacten met professionals, overheid en politiek. Samen zorgen we dat de stem van ouders écht gehoord wordt. Doe ook mee en schrijf je in voor het Landelijk Ouderpanel.

Over Ouders & Onderwijs

Ouders & Onderwijs is er voor alle ouders met schoolgaande kinderen. Ouders kunnen bij ons terecht voor advies en antwoorden op hun vragen. Ook over passend onderwijs bieden we veel informatie.

Bovendien praten ouders via het Landelijk Ouderpanel mee over diverse onderwerpen rondom onderwijs en opvoeden. De informatie die we uit onze contacten met ouders halen gebruiken we in onze rol als gesprekspartner voor de politiek, overheid, pers en de onderwijssector. Ouders & Onderwijs levert een bijdrage aan het maatschappelijk debat over onderwijs-gerelateerde onderwerpen. Zodat ouders écht een stem hebben.

Colofon

Onderzoeksbureau: MWM2
Communicatie-advies en copywriting: Loverbos Communicatie
Copywriting: Jos Reinhoudt
Vormgeving: Mannen van 80
Techniek: Crew on Tour
Illustraties: de Betekenaar

Ouders & Onderwijs, Juni 2020