Wethouder Arjen van Drunen: “Onderwijs kan bijdragen aan gelijke kansen voor kinderen”.
Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht staat ook het lokale onderwijsbeleid weer in de schijnwerpers. Gemeenten spelen een belangrijke rol bij onderwerpen als onderwijshuisvesting, kansengelijkheid en leerlingenvervoer.
In Breda is Arjen van Drunen wethouder met onder andere onderwijs in zijn portefeuille. Hij vertelt hoe hij in de politiek terechtkwam en waarom onderwijs volgens hem zo belangrijk is.
Van jong raadslid naar wethouder
Arjen kwam al op jonge leeftijd in de lokale politiek terecht. “Acht jaar geleden kwam ik in de Bredase politiek. Ik was toen 24 jaar en werd meteen fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid in de gemeenteraad,” vertelt hij.
Toen zijn voorganger als wethouder vertrok, werd hij gevraagd haar op te volgen. “Ik was 27 toen ik wethouder werd en daarmee de jongste wethouder in de geschiedenis van Breda.”
Onderwijs was een portefeuille die hij graag wilde. “Mijn moeder werkt in het speciaal onderwijs, dus dat ligt dicht bij mij. Daarnaast geloof ik dat onderwijs een gelijkmaker kan zijn. Het kan bijdragen aan gelijke kansen voor kinderen.”
Maar volgens Arjen kan onderwijs kansenongelijkheid niet alleen oplossen. “Onderwijs is een belangrijke manier om aan kansengelijkheid te werken, maar er is meer nodig. Denk aan ondersteuning van ouders, goede voorzieningen en samenwerking met jeugdhulp.”
Ook voor- en vroegschoolse educatie kan bijdragen aan kansengelijkheid voor kinderen.
Meer ouderbetrokkenheid
Een manier waarop de gemeente gelijke kansen probeert te bevorderen, is via het concept van familiescholen (een school waar naast onderwijs voor kinderen ook activiteiten en ondersteuning voor ouders worden georganiseerd). Dat idee werd eerder in Amsterdam ingevoerd en wordt nu ook in Breda toegepast.
“Binnenkort hebben we drie familiescholen in de stad,” zegt Arjen. “Daar proberen we ouders meer bij de school te betrekken. Dat kan beginnen met iets simpels als koffie- of theeuurtjes. Dat klinkt misschien soft, maar ouderbetrokkenheid heeft een grote invloed op leerprestaties.”
Daarnaast werkt Breda met verlengde schooldagen en extra activiteiten voor kinderen. Ook is er een jeugdontbijt ingevoerd, zodat kinderen altijd met een volle maag op school beginnen.
Inclusief onderwijs vindt Arjen ook belangrijk. “Mijn kinderen zitten op een school waar ook kinderen met bijvoorbeeld het syndroom van Down zitten. Dat vind ik waardevol. Als gemeente kunnen we bijdragen door bijvoorbeeld mee te denken over schoolgebouwen of ondersteuning vanuit de jeugdhulp.”
Ik vind het rijkdom dat mijn kinderen opgroeien in een omgeving waarin iedereen erbij hoort.
De blik van een ouder
Dat Arjen zelf kinderen heeft, beïnvloedt ook hoe hij als wethouder naar onderwijs kijkt. Hij vertelt over zijn dochter die op de opvang speelt met een meisje met het syndroom van Down.
“Voor haar is dat gewoon een vriendinnetje om mee in de zandbak te spelen. Kinderen maken dat onderscheid helemaal niet.”
Juist daarom vindt hij inclusief onderwijs belangrijk. “Ik vind het rijkdom dat mijn kinderen opgroeien in een omgeving waarin iedereen erbij hoort.”
Thuiszitters voorkomen
Een ingewikkeld probleem in het onderwijs is dat van thuiszitters. Thuiszitters zijn kinderen die om verschillende redenen niet naar school gaan.
“Dat is een moeilijk vraagstuk,” zegt Arjen. “Soms geeft een school aan dat ze een kind niet goed kunnen helpen omdat het bijvoorbeeld onvoldoende meekomt. Maar blijkt het uiteindelijk niet om een cognitieve uitdaging te gaan, maar heel andere problemen.”
In Breda wordt daarom gewerkt met observatieklassen. “Daar kunnen kinderen een tijd worden geobserveerd om beter te begrijpen wat ze nodig hebben. Daarna kunnen we beter bepalen welke onderwijsplek het beste past.”
Volgens Arjen is samenwerking tussen ouders, scholen en gemeenten daarbij essentieel. “Je moet samen kijken wat écht werkt voor een kind.”
Problemen met schoolgebouwen
Ook de staat van schoolgebouwen baart hem zorgen. Volgens Van Drunen krijgen gemeenten te weinig geld van het Rijk voor onderwijshuisvesting.
“Wij geven als gemeente vaak meer geld uit dan we vanuit het Rijk ontvangen,” zegt hij. “Het systeem is eigenlijk onhoudbaar.”
Hij noemt voorbeelden van scholen waar de omstandigheden slecht zijn. “Slechte ventilatie en condens op de ramen. Dat zijn werkplekken waar volwassenen niet zouden willen werken, maar waar hun kinderen wel dagelijks zitten.”
Volgens Arjen moet dit onderwerp hoger op de politieke agenda komen.
Waarom stemmen belangrijk is
Met de gemeenteraadsverkiezingen op komst roept Arjen ouders op om hun stem uit te brengen.
Het onderwijs kan soms een vergeten onderwerp zijn in de gemeente. Dit is volgens Arjen niet terecht. “Je mag ervan uitgaan dat een wethouder verkeer zich met verkeer bezighoudt en een wethouder wonen met woningbouw,” zegt hij.
“Maar bij onderwijs is dat soms minder vanzelfsprekend, omdat er nogal eens gedacht wordt door wethouders het onderwijs daar bemoei ik me niet zo mee, want dat ligt alleen bij het onderwijs zelf. Daarom is het belangrijk dat ouders gaan stemmen en kijken welke partijen zich echt inzetten voor goed onderwijs en hun kinderen. Gemeenten kunnen het onderwijs in hun gemeente versterken.”
Meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief!
Ontvang het laatste nieuws, tips en ervaringen.