Onderwerp zoeken?

Typ hier uw onderwerp in

Home > Kennisbank > Passend onderwijs > Onderzoek en diagnose > Doof, slechthorend of een taalontwikkelingsstoornis

Doof, slechthorend of een taalontwikkelingsstoornis.

Dove en slechthorende kinderen en kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) vallen onder cluster-2. De meeste dove en slechthorende kinderen worden met deze handicap geboren. Maar het komt ook voor dat kinderen op latere leeftijd doof of slechthorend worden. Doof en slechthorend komt ook voor in combinatie met een andere handicap.

Veel kinderen die doof worden geboren, krijgen een cochleair implantaat. (CI). Dit is een elektronisch apparaat dat geluidsgolven omzet in elektrische impulsen die de gehoorzenuw in het oor direct stimuleren. Daarmee kan een kind weer horen maar nooit op dezelfde manier als een normaal horend kind. Daarom blijven deze kinderen een handicap houden waarvoor extra ondersteuning in het onderwijs nodig is.

Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis. Dit betekent dat taal in de hersenen minder goed wordt verwerkt. Een kind met TOS heeft bijvoorbeeld grote moeite met praten of het begrijpen van taal. De taal- en spraakontwikkeling verloopt hierdoor anders dan bij leeftijdsgenoten. Kinderen met TOS horen goed, hebben een normale intelligentie maar hebben moeite met het leren van de moedertaal, het omgaan met emoties en met plannen.

Sommige kinderen hebben een taalachterstand. Dat is niet hetzelfde als een taalontwikkelingsstoornis. Een taalachterstand kan ontstaan als een kind de moedertaal weinig hoort of spreekt. Door meer taalaanbod, haalt het kind de achterstand vaak weer in. Bij een taalontwikkelingsstoornis is er meer aan de hand. Er is iets mis met het aangeboren vermogen om taal te leren. Het proces van taalontwikkeling verloopt afwijkend doordat de hersenen taal niet optimaal verwerken. Alleen meer aanbod helpt dan niet. Er is een gespecialiseerd behandelaanbod nodig.

Het onderwijs

Op een cluster-2-school wordt zo veel mogelijk het lesprogramma van een gewone school doorlopen. De groepen zijn klein en er is veel aandacht voor het ontwikkelen van communicatiemogelijkheden. Hierbij kan ICT een belangrijke rol spelen. Ook is er extra begeleiding en zijn er allerlei extra faciliteiten voor de leerlingen. Zo zijn er logopedisten en orthopedagogen aanwezig.

Tweetalig onderwijs

Leerlingen krijgen vaak les in zowel het gesproken Nederlands, bijvoorbeeld door spraakafzien (liplezen) en spraaktraining, als in de Nederlandse gebarentaal (NGT). Ook wordt er soms gebruik gemaakt van Totale Communicatie (TC) of Nederlands ondersteund met gebaren (NmG). Het idee van totale communicatie is dat je alle middelen die helpen moet kunnen gebruiken: spreken, liplezen, lichaamstaal en pictogrammen. Nederlands met Gebaren (NmG) houdt in dat je Nederlands spreekt en dat ondersteunt met gebaren.

Het verschilt per school aan welke taal de meeste aandacht wordt besteed. In het lesprogramma is verder ruimte voor de dovencultuur. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de positie van doven in de maatschappij.

Ambulante begeleiding

De instellingen bieden, naast onderwijs op de eigen scholen, begeleiding en advies aan leerlingen en leraren op basisscholen, middelbare scholen en het mbo. Ambulant begeleiders van de instellingen komen dan naar een school om de leraar te adviseren of de leerling te coachen. Ook is voorlichting, begeleiding bij stage of adviseren over hulpmiddelen mogelijk.

Instellingen

Het onderwijs aan deze leerlingen wordt aangeboden door de instellingen cluster-2: Kentalis, Koninlijke Auris groep, Viertaal en Vitus Zuid. Deze instellingen werken met elkaar samen via Simea.

Voor cluster-2 geldt dat deze apart van het onderwijsveld georganiseerd zijn en gefinancierd worden. Voor de ondersteuning vanuit cluster-2 moet een leerling voldoen aan de criteria en een toelaatbaarheidsverklaring met arrangement van de instelling hebben.

Gerelateerde onderwerpen

Dossier

Blind of slechtziend

Kinderen met een visuele beperking zijn blind of in meer of mindere mate slechtziend.

Lees meer
Dossier

Gedragsproblemen

Alle kinderen en jongeren zijn weleens lastig. Ze luisteren slecht, worden erg boos of houden zich niet aan afspraken.

Lees meer
Dossier

Dyscalculie

Kinderen met dyscalculie hebben een probleem met het leren rekenen.

Lees meer
Dossier

Autisme

Kinderen met het autisme spectrum stoornis hebben moeite met sociale communicatie, kennen beperkte interessegebieden en vertonen herhalingsgedrag.

Lees meer

Neem contact met ons op

Het adviespunt is bereikbaar voor al uw vragen.