Onderwerp zoeken?

Typ hier uw onderwerp in

Home > Nieuws > Vraag & antwoord: scholen deels open, wat nu?

Vraag & antwoord: scholen deels open, wat nu?.

18 mei 2020 Nieuws

Het onderwijs op middelbare scholen en scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) begint gedeeltelijk weer op 2 juni. De basisscholen en de buitenschoolse opvang (BSO) gaan vanaf 8 juni weer volledig open. Eerder gingen de leerlingen in het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs al volledig naar school.

De actuele situatie roept bij ouders vanzelfsprekend veel vragen op. De antwoorden op veelgestelde vragen leest u hier.

Bijgewerkt: 02-06-2020 om 10:45 uur

Scholen deels weer open, wat nu?

Scholen in het basisonderwijs zijn deels weer open. De leerlingen gaan vanaf 8 juni weer volledig naar school. Er is wel een voorbehoud gemaakt. De scholen gaan niet volledig open als de komende tijd uit onderzoek en nieuwe informatie blijk dat verdere openstelling niet verstandig is.

De leerlingen in het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs gingen eerder weer volledig naar school.

Het onderwijs op middelbare scholen en scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) begint gedeeltelijk weer op 2 juni. Lesgeven gebeurt dan gedeeltelijk weer op school. Ook na 2 juni zal er dus nog steeds afstandsonderwijs zijn, maar dat wordt gecombineerd met fysieke lessen.

Dat is aan de scholen zelf.  Eerder zijn door het ministerie en de PO-Raad richtlijnen opgesteld met als uitgangspunt dat er hele dagen les wordt gegeven en dat leerlingen om de dag naar school gaan. Scholen mogen daar naar eigen inzicht van afwijken. Daardoor kunnen er verschillen tussen scholen ontstaan. Scholen informeren ouders over wat dit voor hun kinderen precies betekent.

Online lessen of andere vormen van afstandsonderwijs behoren nog steeds tot de mogelijkheden om onderwijs te geven aan leerlingen die niet fysiek op school aanwezig zijn. Lesmethoden bestaan uit boeken aangevuld met online onderdelen. Deze zijn zo opgebouwd dat leerlingen tot op zekere hoogte zelf door de lesstof kunnen gaan. De school zal ze daarover informeren. U kunt uw kind daar als ouder bij helpen, vooral door hem of haar te motiveren. De Onderwijsdatabank geeft mogelijkheden van afstandsonderwijs.

Door het ministerie en de PO-Raad zijn richtlijnen opgesteld met als uitgangspunt dat er hele dagen les wordt gegeven en dat leerlingen om de dag naar school gaan. De richtlijnen zijn vrijblijvend, scholen mogen daar naar eigen inzicht van afwijken. Minister Slob zei hierover dat scholen niet aan het onmogelijke kunnen worden gehouden en zelf ook een vrijheid hebben voor de invulling van het onderwijs na 11 mei. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er veel leerkrachten ziek zijn. Daardoor kunnen er verschillen tussen scholen ontstaan. Maar de richtlijnen zijn natuurlijk niet voor niks opgesteld.

De VO-raad adviseert om het onderwijs te beperken tot de kern van alle vakken. Ook wordt – met name vanuit de optiek van het praktijkonderwijs en het beroepsgerichte vmbo – geadviseerd om daar waar mogelijk en verantwoord in te zetten op vakken met een praktische component die niet goed via onderwijs op afstand verzorgd kunnen worden. Sociale partners (verenigingen van werkgevers en werknemers) hebben richtijnen opgesteld. Ministerie en inspectie rekenen erop dat deze worden nagevolgd.

Door het ministerie, de sociale partners en de PO-Raad zijn richtlijnen voor basisscholen en voor middelbare scholen opgesteld. De richtlijnen zijn vrijblijvend, scholen mogen daar naar eigen inzicht van afwijken. Maar de richtlijnen zijn natuurlijk niet voor niks opgesteld. Voor ouders die het niet eens zijn met de wijze waarop het onderwijs na 11 mei wordt vormgegeven zijn er een aantal mogelijkheden:

  • Ouders kunnen contact opnemen met de medezeggenschapsraad (MR) en bij de MR-ouders navragen of, en zo ja waarom zij hebben ingestemd met de plannen.
  • Ouders kunnen over de situatie contact opnemen met de schoolleiding en natuurlijk het schoolbestuur waaronder de school valt. Het schoolbestuur is als bevoegd gezag eindverantwoordelijk voor het onderwijs.
  • Ouders kunnen op werkdagen contact opnemen met het adviespunt van Ouders & Onderwijs op 088-60501010 of via vraag@oudersenonderwijs.nl
  • Ook kan er een signaal worden afgegeven bij de Onderwijsinspectie door te bellen met 088-6696060 of via deze link.

Iedereen die gezond is, kan naar school. Voor iedereen gelden daarbij de algemene maatregelen:

  • Was de handen 20 seconden lang met water en zeep, daarna handen goed drogen
  • Was de handen voordat u naar buiten gaat, als u weer thuis komt, als u uw neus heeft gesnoten, natuurlijk voor het eten en nadat u naar de wc bent geweest.
  • Hoest en nies in de binnenkant van uw elleboog
  • Gebruik papieren zakdoekjes om uw neus te snuiten en gooi deze daarna weg
  • Was daarna uw handen
  • Schud geen handen

Wij adviseren om navraag te doen bij de behandelend arts over of uw kind tot de risicogroep behoort. Het RIVM heeft hierover ook een richtlijn gegeven. Meer over die richtlijn leest u hier: richtlijnen RIVM

Nee, kinderen met gezondheidsklachten of die behoren tot de risicogroepen volgens het RIVM hoeven niet naar school. Neem in dat geval contact op met de schoolleiding. Dit geldt ook voor kinderen van ouders die werken met mensen in de risicogroep. Het RIVM heeft hierover ook een richtlijn gegeven. Meer over die richtlijn leest u hier: richtlijnen RIVM

Kinderen met onderliggende medische problematiek lijken geen groter risico te lopen op een ernstig beloop van COVID-19 dan gezonde kinderen, uitgezonderd wellicht kinderen met ernstig overgewicht en/of suikerziekte. Bij twijfel is het verstandig te overleggen met de behandelend (kinder)arts en de schoolleiding te overleggen.

In een kamerbreed aangenomen motie van PVV & PvdA staat bevestigd dat er geen handhaving van de leerplicht volgt als ouders hun kinderen na de meivakantie niet naar school willen laten gaan. Dus ouders die dit dus niet willen kunnen niet gedwongen worden.

Wanneer u werkt met mensen in de risicogroep hoeft uw kind per 11 mei niet fysiek naar school. Wij adviseren wel om hierover contact op te nemen met de schoolleiding. Dit geldt ook voor leerlingen die zelf tot de risicogroep behoren of een gezinslid hebben die tot de risicogroep behoort. Het RIVM heeft hierover ook een richtlijn gegeven. Meer over die richtlijn leest u hier: richtlijnen RIVM

Verder is middels een kamerbreed aangenomen motie van PVV & PvdA bevestigd dat er geen handhaving van de leerplicht volgt als ouders hun kinderen na de meivakantie niet naar school willen laten gaan. Dus ouders die dit dus niet willen kunnen niet gedwongen worden.

Kinderen in kinderopvang en in het basisonderwijs hoeven onderling geen 1,5 meter afstand te bewaren.

Kinderen moeten wel zo veel mogelijk 1,5 meter afstand bewaren ten opzichte van volwassenen (leraren en andere personeelsleden). Dit geldt ook voor leerlingen onderling in het voortgezet onderwijs. Daarbij heeft het RIVM in haar advies expliciet rekening gehouden met het feit dat afstand houden voor bepaalde categorieën leerlingen in de praktijk lastig zal zijn. Zo is het in de praktijk onmogelijk om kleuters te verbieden op schoot van de meester of de juf te klimmen, en is het voor sommige leerlingen met gedragsproblemen ook heel lastig om afstand te houden. Een leerling met een gat in de knie heeft een pleister en een knuffel nodig, en leerlingen in het speciaal onderwijs hebben specifieke zorg nodig. Dat mag en is ook verantwoord. Het RIVM geeft aan dat uit onderzoek blijkt dat jonge kinderen ondervertegenwoordigd zijn in de patiëntenpopulatie. Als kinderen ziek worden, verloopt de ziekte mild. Om die reden is de kans dat ze het doorgeven aan een volwassene ook klein. Toch is het goed om, waar het kan, afstand tussen leerling en leerkracht te houden. Personeelsleden onderling moeten de afstand van 1,5 meter in acht nemen.

Hiervoor gelden de volgende adviezen en richtlijnen van het RIVM:

  • Een kind dat Corona gerelateerde klachten heeft blijft thuis
  • Een kind met klachten wordt zo mogelijk getest door de GGD met toestemming van ouder(s)/verzorger(s).
  • Een kind dat behoort tot een risicogroep kan worden vrijgesteld van fysiek onderwijs (beslissing van ouder(s)/ verzorger(s) in overleg met de school).
  • Een kind van wie gezinsleden tot een risicogroep behoren kunnen worden vrijgesteld van fysiek onderwijs (beslissing van ouder(s)/verzorger(s) in overleg met de school).

Ja uw kind kan naar school, maar omdat de klachten van hooikoorts en het nieuwe coronavirus erg op elkaar lijken kan overleg met de huisarts of schoolleiding nodig zijn. Niezen is bijvoorbeeld een typische klacht van hooikoorts maar niezen kan ook het begin zijn van een verkoudheid of COVID-19 Houd uw kind bij twijfel thuis.

Kinderen, ouders/verzorgers en onderwijspersoneel blijven thuis bij: neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, lichte hoest, verhoging (tot 38 graden Celsius) of koorts. Bij 24 uur klachtenvrij, mogen kinderen, ouders/verzorgers en onderwijspersoneel weer naar school.

Kinderen (en ouders) blijven ook thuis als iemand anders in huis verkouden is en koorts heeft. Als iedereen 24 uur geen klachten heeft, mag uw kind weer naar school.

Nee, er mag geen fysiek contact zijn tussen onderwijspersoneel en ouders. Oudergesprekken vinden digitaal plaats. Ouders zijn niet aanwezig in het schoolgebouw en op het schoolplein.

Wat mogen ouders van school verwachten?

Voor onderwijspersoneel gaat hetzelfde testprotocol gelden als voor de zorg. Dit betekent dat wanneer personeel klachten heeft, er laagdrempelig getest kan worden. Is deze test negatief, dan kan men aan het werk. Is de test positief dan blijft men thuis tot dat er 24 uur geen verschijnselen meer zijn.

Scholen zijn niet verplicht om online lessen aan te bieden. Dat is ook niet in alle situaties het meest geschikte alternatief. Er kunnen ook andere manieren zijn om het onderwijs toch door te laten gaan als er lessen uitvallen. De school zal u hierover informeren.

 

Wanneer de school lessen of lesstof digitaal gaat aanbieden, dan moeten zij er voor zorgen dat alle leerlingen daar toegang toe hebben. Meld dit bij de school, zodat gezocht kan worden naar een passende oplossing. Het schoolbestuur kan in de meeste gevallen helpen. Lukt dat de school niet dan volgt er overleg met de gemeente. Als het schoolbestuur en de gemeente allebei geen mogelijkheden zien, dan kan het schoolbestuur in aanmerking komen voor een device van SIVON.

Kan uw kind, bijvoorbeeld vanwege het thuiswerken van uzelf, maar beperkt gebruik maken van een pc, laptop of tablet, probeer hier dan zo efficiënt mogelijk mee om te gaan.

 

De onderwijstijd die nu door overmacht wordt gemist, hoeft niet te worden ingehaald. Scholen hoeven in de huidige situatie ook geen onderwijstijd te registreren. Wel moeten scholen er alles aan doen om afstandsonderwijs te geven, waarbij het verlies aan onderwijstijd wordt geminimaliseerd en de kwaliteit van het onderwijs zo hoog mogelijk is. Basisscholen en middelbare scholen die afstandsonderwijs aanbieden, hoeven in deze bijzondere situatie geen verzuimmeldingen te doen. De Inspectie van het Onderwijs past haar toezicht aan op de huidige situatie.

Scholen mogen leerlingen en leerkrachten niet verplichten om gemiste onderwijstijd in te halen tijdens de schoolvakanties. Uiteraard is het wel mogelijk om afstandsonderwijs of extra begeleiding op vrijwillige basis aan te bieden, maar leraren en leerlingen hebben recht op vakantie.

De namen van leerlingen die het virus hebben, mogen niet worden gedeeld. Dit zijn namelijk bijzondere persoonsgegevens. De school heeft geen grondslag om deze namen te delen. De school mag geen medische informatie delen. Er kan wel algemene informatie gedeeld worden door de school. 

Specifieke informatie voor het passend onderwijs

De leerlingen in het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs gaan sinds 11 mei weer volledig naar school.

Scholen in het voortgezet speciaal onderwijs zijn vanaf 2 juni weer open gegaan. De Voortgezet Onderwijs (VO)-raad heeft een praktische uitwerking van protocollen gemaakt voor scholen.

Sommige leerlingen hebben op school hulp nodig bij toiletgang, fysieke begrenzing of medische handelingen. Hierbij is fysiek contact noodzakelijk. Deze leerlingen kunnen gewoon naar school. Bij het uitvoeren van medische handelingen zijn geen aanvullende beschermingsmiddelen of voorwaarden nodig anders dan die altijd voor deze handeling golden. Medische handelingen kunnen door onderwijspersoneel of extern zorgpersoneel worden uitgevoerd. Soms verzorgen ouders de (medische) zorg op school. In principe zijn ouders in deze periode niet welkom op school. Als ouders noodzakelijk zijn bij de (medische) hulpverlening van hun zoon/dochter – omdat anders de gang naar school belemmerd wordt – dan kan de ouder gezien worden als ambulante hulpverlener (die wel in de school komt voor de ondersteuning bij een individuele leerling). Om onduidelijkheid te voorkomen is goede afstemming met de school wel noodzakelijk.

Kinderen die vallen onder de risicogroep of die ziek zijn, hoeven niet naar school. Overleg met de behandelend arts of uw kind naar school kan en neem contact op met de schoolleiding om te bespreken wat de mogelijkheden zijn.

Eventuele extra ondersteuning of externe hulp zoals ambulante begeleiding is met het open gaan van de scholen ook weer beschikbaar.

Leerlingenvervoer in het speciaal (voortgezet) onderwijs vindt zoveel mogelijk plaats op de wijze zoals dat voor de coronacrisis ook werd uitgevoerd. Voor de leerlingen op het speciaal (basis)onderwijs geldt dat er onderling geen 1,5 meter afstand hoeft te zijn en wel ten opzichte van de chauffeur als dat mogelijk is. Voor de leerlingen op het voortgezet speciaal onderwijs (of praktijkonderwijs) geldt wel de richtlijn van 1,5 meter afstand.  Het zal in veel gevallen lastig zijn deze afstand tot de chauffeur en andere kinderen te houden. Het RIVM adviseert om in dat geval mondkapjes te dragen. Wanneer in een vervoersmiddel zowel kinderen in de basisschoolleeftijd als in de voortgezet-onderwijs-leeftijd worden vervoerd, dragen de leerlingen in de voortgezet-onderwijs-leeftijd een mondkapje. Voor de leerlingen in de basisschoolleeftijd geldt dit niet.

Ouders houden zoveel mogelijk afstand van het vervoersmiddel en de chauffeur en betreden het vervoersmiddel niet. De chauffeur zorgt voor het vastmaken van de gordel en het vastzetten van de rolstoel.

Voor kandidaten die deelnemen aan het staatsexamen, zoals leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs, geldt ook dat het centraal schriftelijk examen vervalt. Staatsexamenkandidaten behalen hun diploma nu op basis van de resultaten van het college-examen. Het college-examen bestaat, afhankelijk van niveau en vak, uit een schriftelijk, praktisch en/of mondeling deel. De stofomschrijving voor de college-examens blijft zoals in de vakinformatie vermeld staat.

De schriftelijke college-examens worden afgenomen in de periode van 25 tot en met 29 mei 2020. De mondelinge en praktische college-examens worden afgenomen in de periode van 6 juni tot en met 1 augustus 2020. Alle examens worden afgenomen volgens de RIVM-richtlijnen.

Leerlingen krijgen dit jaar vier herkansen. Herkansen kan alleen als er kans is op het behalen van een diploma. De herkansingen van het schriftelijke examens zijn van 17 augustus t/m 20 augustus. De herkansingen van de mondelinge en praktische examens zijn op 22 en 29 augustus en eventueel op 5 september. De derde en vierde herkansingsmogelijkheid is daarna en uiterlijk voor 1 januari 2021. Leerlingen die na 1 september nog gaan herkansen worden wel alvast toegelaten tot de vervolgopleiding en kunnen daarmee starten.

Er is dit jaar meer aandacht voor ondersteuning en maatwerk bij de afname van de (mondelinge) examens. Bespreek de mogelijkheden met de examen coördinator op school. Doet uw kind zelfstandig examen? Dan kunt u een mail sturen naar staatsexamens@duo.nl.

Meer informatie over uit welk onderdeel het college-examen per niveau en vak bestaat, vindt u op de website van DUO. Op de website van DUO vindt u ook het rooster van de examens.

Opvang van kinderen 

Sinds 11 mei mogen kinderen van 0 tot 4 jaar naar de dagopvang (crèche) en kinderen van 0 tot 12 jaar naar de gastouderopvang. Kinderen van 4 tot 12 jaar waarvan de ouders een contract hebben met de BSO mogen naar de BSO op de dagen dat zij naar school gaan, aangepast dus volgens het ritme van school. Op andere dagen mogen zij niet naar de BSO. De Rijksoverheid blijft de eigen bijdrage voor de kinderopvang vergoeden aan ouders zolang het maatregelenpakket voortduurt.

Vanaf 8 juni gaat de BSO weer volledig open en worden de reguliere roosters gehanteerd. Als een BSO mogelijkheden heeft het aanbod te verruimen met aangepaste openingstijden, zal de BSO dit eerst moeten afstemmen met de Oudercommissie van de BSO. Extra opvanguren worden in rekening gebracht bij de ouders. Ouders moeten wel instemmen met een contractuitbreiding en een wijzing doorgeven bij de Belastingdienst voor de kinderopvangtoeslag

Kinderen van 0 tot 4 jaar mogen inderdaad weer naar de dagopvang (crèche). En kinderen van 0 tot 12 jaar naar de gastouderopvang. Let op: als het kind een van de volgende klachten heeft: neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, lichte hoest, of verhoging tot 38 graden of een huisgenoot heeft met verkoudheidsklachten en koorts (boven 38 graden Celsius) en/of benauwdheid mag het kind niet naar de opvang.

Kinderen van 4 tot 12 jaar waarvan de ouders een contract hebben met de BSO mogen naar de BSO op de dagen dat zij naar school gaan, aangepast dus volgens het ritme van school. Op andere dagen mogen zij niet naar de BSO.
Let op: als het kind een van de volgende klachten heeft: neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, lichte hoest, of verhoging tot 38 graden of een huisgenoot heeft met verkoudheidsklachten en koorts (boven 38 graden Celsius) en/of benauwdheid

Ja. Het RIVM geeft aan dat de gezondheidsrisico’s voor kinderen heel beperkt zijn. Het is daarom voor kinderen niet nodig 1,5 meter afstand te houden, ook niet ten opzichte van de pedagogisch medewerker of gastouder. Ouders en pedagogisch medewerkers of gastouders moeten onderling wel afstand houden. De huidige hygiënevoorschriften, zoals geen handen schudden, blijven van kracht. Volwassenen en kinderen met gezondheidsklachten of die behoren tot de risicogroepen (boven de 70 jaar of met bepaalde onderliggende aandoeningen) komen niet naar school of de kinderopvang. De effecten van het openen van de kinderopvang en scholen worden nauwkeurig gemonitord.

De opvang of gastouder moet de gebruikelijke hygiënemaatregelen nemen:

  • Zorg dat de kinderen en uzelf regelmatig de handen wassen met water en zeep en afdrogen met een papieren handdoek.
  • Leer kinderen dat ze hoesten en niezen in de binnenkant van hun elleboog.
  • Gebruik papieren zakdoekjes als u moet hoesten of niezen, gooi ze direct weg en was uw handen.
  • Geen handen schudden.

Het uitgangspunt bij één ouder die een cruciaal beroep uitvoert is dat ze de opvang zelf thuis moeten regelen. Als dat niet lukt kunnen ze opvang krijgen op school/verblijf. Beide ouders met cruciaal beroep is geen harde eis. Er moet opvang zijn zodat mensen met cruciale beroepen aan het werk kunnen blijven. Deze opvang is zonder extra kosten. Wanneer u niet in een cruciale beroepsgroep werkzaam bent, moet u zelf zorgen voor opvang of zelf thuisblijven.

Er zijn verschillende initiatieven die in deze periode vrijwillig andere mensen willen helpen, zoals www.gewoonmensendiemensenwillenhelpen.nl. Voor ouders die zich zorgen maken over de doorlopende kosten voor kinderopvang stelde ouderbelangenvereniging BOinK een brief op, waarin mogelijkheden worden opgesomd. 

Als één van de ouders werkzaam is in een cruciale beroepsgroep kan die op de eigen school of opvang gebruik maken van de kinderopvangmogelijkheden. Dit is besloten om de samenleving draaiende te houden tijdens de uitbraak van het coronavirus. De lijst met deze cruciale beroepsgroepen leest u op de website van de Rijksoverheid. 

Neem eerst contact op met het bestuur van de school en leg de situatie voor. U kunt ook de klachtenprocedure van de school volgen. Deze kunt u vinden in de schoolgids van de school. 

In specifieke gevallen kan in deze periode opvang, onderwijs en begeleiding buitenshuis nodig zijn. Dat is toegestaan. Soms wordt de oplossing in de school gerealiseerd. Belangrijk is dat in deze periode de gemeente het initiatief neemt om tot een oplossing op maat te komen. Om hen zo goed mogelijk te ondersteunen krijgt de gemeente in de woonplaats van het kind de mogelijkheid om samen met scholen, kinderopvang, Veilig Thuis en Jeugdzorg buitenshuis onderwijs en begeleiding te organiseren. Voorop staat dat de begeleiding op een veilige manier wordt vormgegeven.

Bij het signaleren van een onveilige (thuis- of woon)situatie blijft de leraar een belangrijke rol spelen. Ondanks dat de leraren hun leerlingen niet meer in het dagelijks leven in het echt zien, spelen zij een belangrijke signalerende rol bij het onderwijs op afstand. Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, gecertificeerde instellingen (gezinsvoogden) kunnen ook een belangrijke rol spelen bij het identificeren van de kinderen voor wie een veiligheidsrisico is vastgesteld of waar dat mogelijk kan ontstaan.

Ook de basisscholen die verbonden zijn aan opvanglocaties voor asielzoekers en andere nieuwkomersscholen (bijvoorbeeld scholen met een internationale schakelklas) gaan 11 mei weer open en geven nu afstandsonderwijs. De taalbarrière maakt het moeilijker om deze kinderen te bereiken. Scholen, schoolbesturen en gemeenten zijn gevraagd om initiatief te nemen om, voor zover mogelijk, maatwerkoplossingen te bieden. Dit is vanwege de kwetsbare positie waarin zij zich bevinden omdat begeleiding thuis extra moeilijk is. Dit geldt des te meer voor kinderen die een onveilige thuissituatie hebben.

Specifieke informatie voor het basisonderwijs

De scholen in het primair onderwijs speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs zijn weer fysiek open. Basisscholen verkleinen de groepsgrootte in de klas en kinderen gaan daarbij 50% van de tijd naar school. Kinderen in het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs gaan weer volledig naar school. Het kabinet adviseert de scholen om de kinderen hele dagen naar school te laten gaan.

Basisscholen gaan vanaf 8 juni weer volledig open. De PO-Raad heeft samen met de sociale partners een herzien protocol opgesteld om scholen te ondersteunen in aanloop naar deze heropening. Veel van de maatregelen die nu al gelden blijven ook na 8 juni van kracht. De belangrijkste wijziging is dat vaste vrijwilligers weer kunnen helpen op school. Dat betekent dat ook de tussenschoolse opvang weer mogelijk wordt.

Het uitgangspunt is dat scholen vanaf 8 juni terugkeren naar hun normale schoolrooster, rekening houdend met eventuele noodzakelijke gespreide breng- en haaltijd om voldoende afstand tussen volwassenen te garanderen, zoals aangegeven in het protocol. Als een school de vaste schooltijden wil aanpassen, gelden de normale procedures, zoals afstemming met de medezeggenschapsraad van school. Ook heeft de school de verantwoordelijkheid voor een goede aansluiting van de kinderopvang op de schooltijden. Een school die het rooster wijzigt zal met de BSO’s afspraken moeten maken, omdat ook BSO’s vanaf 8 juni weer hun reguliere rooster hanteren.

Nee, een school mag deze kinderen niet weigeren. Er is door het kabinet besloten dat alle kinderen weer een deel van de tijd naar school gaan. Dat geldt ook voor 4-jarigen die nu voor het eerst naar school gaan.

Iedereen die gezond is kan naar school. Voor iedereen gelden daarbij de algemene maatregelen:

  • Was uw handen 20 seconden lang met water en zeep, daarna handen goed drogen
  • Voordat u naar buiten gaat, als u weer thuis komt, als u uw neus heeft gesnoten, natuurlijk voor het eten en nadat u naar de wc bent geweest.
  • Hoest en nies in de binnenkant van uw elleboog
  • Gebruik papieren zakdoekjes om uw neus te snuiten en gooi deze daarna weg
  • Was daarna uw handen
  • Schud geen handen

Kinderen in kinderopvang en in het primair onderwijs hoeven onderling geen 1,5 meter afstand te bewaren. Kinderen moeten zo veel mogelijk 1,5 meter afstand bewaren ten opzichte van volwassenen (leraren en andere personeelsleden). Daarbij heeft het RIVM in haar advies expliciet rekening gehouden met het feit dat afstand houden voor bepaalde categorieën leerlingen in de praktijk lastig zal zijn. Zo is het in praktijk onmogelijk om kleuters te verbieden op schoot van de meester of de juf te klimmen, en is het voor sommige leerlingen met gedragsproblemen ook heel lastig om afstand te houden. Een leerling met een gat in de knie heeft een pleister en een knuffel nodig, en leerlingen in het speciaal onderwijs hebben specifieke zorg nodig. Dat mag en is ook verantwoord. Het RIVM geeft aan dat uit onderzoek blijkt dat jonge kinderen ondervertegenwoordigd zijn in de patiëntenpopulatie. Als kinderen ziek worden, verloopt de ziekte mild. Om die reden is de kans dat ze het doorgeven aan een volwassene ook klein. Toch is het goed om waar het kan afstand tussen leerling en leerkracht te houden. Personeelsleden onderling moeten de afstand van 1,5 meter in acht nemen.

Leerlingenvervoer voor leerlingen die niet bij het reguliere onderwijs in de directe woonomgeving terecht kunnen, kan plaatsvinden op de reguliere manier. Leerlingen onderling hoeven daarbij geen 1,5 meter afstand te bewaren, en slechts zo veel mogelijk ten opzichte van de chauffeur. Afstand houden tot de chauffeur zal in veel gevallen echter niet mogelijk zijn. Het RIVM adviseert daarbij dezelfde lijn aan te houden als bij de leraren: niet al het contact kan voorkomen worden Het RIVM geeft aan dat uit onderzoek blijkt dat jonge kinderen ondervertegenwoordigd zijn in de patiëntenpopulatie. Als kinderen ziek worden, verloopt de ziekte mild. Om die reden is de kans dat ze het doorgeven aan een volwassene ook klein. De exacte uitwerking van het leerlingenvervoer volgt nog.

Nee. De eindtoets wordt dit jaar niet afgenomen bij leerlingen in groep 8.

Leraren, schoolleiders en ander onderwijspersoneel zijn erg druk met het organiseren van het onderwijs aan de leerlingen die op 11 mei weer zijn begonnen. Dat vergt alle energie van de scholen en heeft nu prioriteit. Daarom heeft minister Slob besloten dat leraren dit jaar (eenmalig) geen eindtoets hoeven af te nemen bij leerlingen in groep 8.

Dat gebeurt op basis van het schooladvies van de basisschool.

Het schooladvies is gebaseerd op de ontwikkeling van uw kind over de afgelopen jaren. Het advies van leraren is normaal gesproken al leidend en zal nu ook bepalen op welk niveau uw kind start op de middelbare school. Omdat er geen eindtoets wordt gemaakt, kan het schooladvies niet worden heroverwogen. Hierdoor is het wettelijk gezien ook niet mogelijk om het schooladvies naar een hoger niveau bij te stellen. Leerlingen hebben de afgelopen weken al het schooladvies ontvangen. Dit advies wordt nu het definitieve advies voor de middelbare school.

Het advies van de basisschool is altijd leidend, met of zonder eindtoets. Dit schooladvies is op basis van de professionaliteit van de leraar. Als u het niet eens bent met het advies kunt u in gesprek met de school.

U kunt ook uw visie over het schooladvies met het formulier ‘Toevoeging aan het onderwijskundig rapport (OKR)’ laten toevoegen aan het onderwijskundig rapport. Dat wordt dan meegestuurd naar de school voor voortgezet onderwijs.

Door het ontbreken van de kans op een heroverweging is de informatie die basisscholen meegeven aan de middelbare school extra belangrijk. Met het formulier ‘Toevoeging aan Onderwijskundig rapport (OKR)’ kunnen scholen en/of ouders bovendien aangeven of zij denken dat de uitslag van de eindtoets zou hebben gezorgd voor een heroverweging van het schooladvies en een eventuele bijstelling van het schooladvies. Ook kan de basisschool in het formulier een plaatsingsadvies voor het soort brugklas meegeven. Middelbare scholen nemen de informatie in het OKR mee bij de plaatsing van uw kind. Wanneer uw kind straks op de middelbare school zit, zal daar extra goed worden bekeken of uw kind op de juiste plek zit. Daarover worden afspraken met het voortgezet onderwijs gemaakt

Het schooladvies is leidend. Toch komt er dit jaar ruimte om een verwachte bijstelling van het schooladvies toe te voegen aan het onderwijskundig rapport. Ouders kunnen de basisschool van hun kind vragen het formulier ‘Toevoeging aan onderwijskundig rapport (OKR)’ in te vullen. Hiermee kunnen scholen en/of ouders aangeven of zij denken dat de uitslag van de eindtoets zou hebben gezorgd voor een heroverweging van het schooladvies en een eventuele bijstelling van het schooladvies. Ook kan de basisschool in het formulier een plaatsingsadvies voor het soort brugklas meegeven. Ook zonder overeenstemming met de school kunt u het formulier laten toevoegen aan het OKR. De school voor primair onderwijs zorgt vervolgens voor het versturen van het formulier naar de school voor voortgezet onderwijs.

Basisscholen zijn gevraagd om hun leerlingen in samenwerking met het voortgezet onderwijs voor te bereiden op hun aanstaande overstap naar de middelbare school.

 

Er is nog geen reden om aan te nemen dat hierin iets wordt gewijzigd. Hou de website van de school voor voortgezet onderwijs in de gaten. 

Scholen moeten terughoudend  zijn met het organiseren van activiteiten. Toch is de afsluiting van een schoolperiode is voor leerlingen erg belangrijk. Een eindmusical voor groep 8 of een diploma-uitreiking is daarom onder voorwaarden mogelijk. Deze activiteiten vinden bij voorkeur buiten plaats en met de vaste eigen groep. Verder gelden de algemene regels voor bijeenkomsten: tot 1 juli komen maximaal 30 personen bijeen, daarna maximaal 100 als het coronavirus onder controle blijft. Met 1,5 meter afstand uiteraard.

Specifieke informatie voor het voortgezet onderwijs

Scholen gaan de komende tijd zelf aan de slag met de praktische invulling van de opening. Zij werken dit verder uit volgens de richtlijnen van het RIVM. Daarbij kunnen verschillen tussen scholen ontstaan. In ieder geval gelden de volgende regels:

  • Scholen geven alle leerlingen fysiek onderwijs. Het is niet de bedoeling dat dit wordt beperkt tot een mentoruur en een paar toetsen.
  • Leerlingen onderling, leerlingen en onderwijspersoneel en onderwijspersoneel onderling moeten altijd 1,5 meter afstand houden.
  • De onderwijstijd wordt zo over de dagen verdeeld dat het aantal vervoersbewegingen zo beperkt mogelijk is.
  • Het openbaar vervoer mag niet overbelast raken. Dus leerlingen komen zoveel mogelijk met de fiets of lopend naar school naar school. Leraren gaan zo min mogelijk met het openbaar vervoer.
  • Het openbaar vervoer mag niet overbelast raken. Dus leerlingen komen zoveel mogelijk met de fiets of lopend naar school naar school. De VO-raad en regionale vervoerders hebben afspraken gemaakt over speciaal vervoer voor leerlingen die meer dan 8 kilometer van school wonen en van het openbaar vervoer afhankelijk zijn (zie hieronder).

Leerlingen komen zoveel mogelijk met de fiets of lopend naar school en vermijden het openbaar vervoer.
Scholen nemen maatregelen om drukte in de spits zoveel mogelijk tegen te gaan. De VO-raad en regionale vervoerders maken afspraken over speciaal vervoer voor leerlingen die meer dan 8 kilometer van school wonen en van het openbaar vervoer afhankelijk zijn.

Er is bepaald dat leerlingen in het voortgezet onderwijs het openbaar vervoer mijden. Om dat te realiseren zijn er afspraken gemaakt tussen de VO-raad en de regionale vervoerders in samenwerking met de ministeries OCW en IenW. Ook de stadsvervoerders zijn betrokken.

De kern van de afspraken is als volgt: 

  • Leerlingen woonachtig binnen een straal van 8 kilometer van de school wordt uitdrukkelijk verzocht om geen gebruik te maken van het OV en zoveel mogelijk op de fiets te komen dan wel zich te laten brengen en halen door een ouder/verzorger. Ouders/verzorgers mogen de school in principe niet betreden. 
  • Leerlingen woonachtig buiten een straal van 8 kilometer van de school worden tevens opgeroepen om zoveel mogelijk van de fiets of het halen/brengen door een ouder/verzorger gebruik te maken. De organisatie van het vervoer voor leerlingen die verder dan 8 kilometer van school wonen én geen gebruik kunnen maken van de fiets of het halen en brengen door een ouder/verzorger is nader uitgewerkt. Scholen inventariseren voor welke leerlingen dit van toepassing is en op welke dagen zij naar school gaan. De regionale vervoerders verzorgen maatwerkoplossingen. 
  • Daar waar het voor leerlingen woonachtig binnen een straal van 8 kilometer niet mogelijk is om zonder gebruik te maken van het OV op school te komen, is een maatwerkaanpak noodzakelijk. Hierbij is, als uiterste consequentie, het gebruik van OV – buiten de spits – niet uitgesloten.De VO-raad heeft een handreiking gepubliceerd, waarin de details vermeld staan. Scholen inventariseren welke leerlingen afhankelijk zijn van openbaar vervoer en geven dit door aan de contactpersoon van de regionale vervoerders. De vervoerders komen met maatwerkoplossingen om die leerlingen naar school te krijgen. Het uitgangspunt is daarbij dat scholen en schoolbesturen geen extra kosten maken.

Nee, de centrale examens gaan dit jaar niet door. Met dit besluit is er duidelijkheid voor alle scholen en leerlingen.
Alle centrale examens komen te vervallen, zo ook de centraal schriftelijk en praktische examens (cspe’s) in het vmbo, evenals de centrale digitale flexibele examens in vmbo-bb en –kb.

De resultaten van de schoolexamens vormen de basis voor het behalen van het diploma dit schooljaar. Scholen hebben tot en met juni de tijd om de schoolexamens af te ronden.

Ja, de schoolexamens gaan door. Scholen hebben de komende periode de tijd om leerlingen op afstand voor te bereiden en de schoolexamens af te nemen. Omdat er geen centrale examens volgen, hebben de scholen hier extra tijd voor.

Vanwege die extra tijd kan er meer gespreid worden. Scholen wordt gevraagd om in lijn met de nieuwe maatregelen de schoolexamens zo veel mogelijk op afstand te doen. Waar nodig hebben scholen de ruimte om hun Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) aan te passen om dit te realiseren. Scholen kiezen zelf een passende manier voor de afname van het schoolexamen. Dat kan bijvoorbeeld via (beeld)bellen, maar ook fysiek op school of in kleinere groepen.

Dat hangt af van de cijfers voor de schoolexamens. Bekijk hoe het zit in de factsheets met de slaag-zakregeling:
vmbo basis en kader (bb/kb)
vmbo gemengde leerweg en theoretische leerweg (gl/tl)
havo
vwo

Omdat er dit jaar geen centraal examen en herkansingen zijn, komen er resultaatverbeteringstoetsen. Deze toetsen worden door de scholen gemaakt en gaan over de lesstof van het schoolexamen van een vak. Deze toetsen tellen voor 50% mee voor het eindcijfer, tenzij het resultaat lager is dan het schoolexamen. In dat geval is het eindcijfer gelijk aan het eerder behaalde schoolexamen. Op die manier kunnen leerlingen hun cijfers op de schoolexamens ophalen.

De resultaatverbeteringstoetsen worden vanaf 4 juni afgenomen. Leerlingen die geslaagd zijn krijgen een volwaardig diploma waarmee zij kunnen doorstromen naar het vervolgonderwijs.

Vmbo-bb en kb

Deze leerlingen kunnen voor maximaal 3 vakken een resultaatverbeteringstoets doen: 1 beroepsgericht profielvak en 2 avo-vakken. Bij de afname van een resultaatverbeteringstoets voor een beroepsgericht vak kunnen praktische opdrachten ook onderdeel vormen van de toets.

Vmbo-gl, vmbo-tl, havo en vwo

Deze leerlingen kunnen voor maximaal 2 vakken een resultaatverbeteringstoets doen.

Een leerling kan op basis van de schoolexamenresultaten een diploma behalen. De doorstroom naar het vervolgonderwijs gebeurt op basis van dat diploma. In overleg met het vervolgonderwijs komt er extra aandacht voor het begeleiden en ondersteunen van instromende studenten.

Op 4 juni wordt samen met alle leerlingen gevierd dat ze geslaagd zijn. Dat is dus de uiterlijke dag dat een leerling hoort of die geslaagd of gezakt is of nog RV-toetsen kan doen. Afhankelijk van de school en het afronden van de schoolexamens horen sommige leerlingen al eerder of ze geslaagd zijn.

Voor vakken die in een eerder leerjaar zijn afgesloten met een schoolexamen- en een centraal examen-cijfer (bijvoorbeeld bij vervroegd of gespreid examen) blijft het eerder bepaalde eindcijfer (dus ook op basis van het centraal examen) gewoon staan, tenzij een leerling een resultaatverbeteringstoets maakt voor dat vak.

Bij het afnemen van de schoolexamens staat de gezondheid voorop. Scholen zijn vrij in de vorm van het schoolexamen. Er kunnen bijvoorbeeld mondelinge examens telefonisch worden afgenomen. Als fysieke aanwezigheid nodig is, dan moeten de richtlijnen van het RIVM worden nageleefd. Zo moet iedereen met gezondheidsklachten thuis blijven. Voorbereidend op de schoolexamens geven de scholen onderwijs op afstand.

De aanmeldingsdeadline voor het hoger onderwijs is verplaatst van 1 mei naar 1 juni. En de deadline voor mbo gaat van 1 april naar 1 mei. Hierdoor hebben leerlingen meer ruimte voor hun studiekeuze in deze ongewone tijden. Leerlingen worden gevraagd zich wel voor 1 mei aan te melden en deel te nemen aan activiteiten om de toekomstig student voor te bereiden op het hoger onderwijs.

Scholen kunnen het PTA aanpassen als dat nodig om is om de schoolexamens af te kunnen nemen. Daarbij moeten alle eindtermen worden gedekt. De diplomabeslissing zal in deze gevallen worden genomen op basis van de tot dan toe afgesloten schoolexamens.

De schoolexamens kunnen doorgaan als de scholen de afstand van 1,5 meter tussen de leerlingen en leraren in acht kunnen nemen. Bij het wachten voor het examen dient het samenscholingsadvies in acht genomen te kunnen worden. Dit betekent dat de school moet zorgen dat niet alle leerlingen op het schoolplein rondhangen voordat ze naar binnen kunnen en dat er duidelijke bewegwijzering is zodat er geen opstopping in de hal optreedt. Verder dient het aantal leerlingen per lokaal dusdanig beperkt te worden, dat er steeds 1,5 meter afstand kan worden gehouden, ook ten opzichte van de surveillerende docent.

Als een leerling ziek is of in thuisquarantaine zit, dan kan de leerling later het schoolexamen afronden. De school heeft tot aan de start van de zomervakantie (3 juli) om de schoolexamens in te plannen en af te nemen. Voor 3 juli moeten ook eventuele herkansingen uitgevoerd kunnen worden.

Als het vanwege de huidige situatie noodzakelijk is om het PTA aan te passen, dan mag dat. Een voorwaarde hierbij is dat alle verplichte eindtermen gedekt worden. Om het PTA aan te passen is toestemming van MR nodig en de school moet dit melden bij de Inspectie. De VO-raad is op dit moment bezig met het opstellen van een handreiking over het aanpassen van het PTA.

Voor kandidaten die deelnemen aan het staatsexamen, zoals leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs, geldt ook dat het centraal schriftelijk examen vervalt. Staatsexamenkandidaten behalen hun diploma nu op basis van de resultaten van het college-examen. Het college-examen bestaat, afhankelijk van niveau en vak, uit een schriftelijk, praktisch en/of mondeling deel. De stofomschrijving voor de college-examens blijft zoals in de vakinformatie vermeld staat.

De schriftelijke college-examens worden afgenomen in de periode van 25 tot en met 29 mei 2020. De mondelinge en praktische college-examens worden afgenomen in de periode van 6 juni tot en met 1 augustus 2020. Alle examens worden afgenomen volgens de RIVM-richtlijnen.

Leerlingen krijgen dit jaar vier herkansen. Herkansen kan alleen als er kans is op het behalen van een diploma. De herkansingen van het schriftelijke examens zijn van 17 augustus t/m 20 augustus. De herkansingen van de mondelinge en praktische examens zijn op 22 en 29 augustus en eventueel op 5 september. De derde en vierde herkansingsmogelijkheid is daarna en uiterlijk voor 1 januari 2021. Leerlingen die na 1 september nog gaan herkansen worden wel alvast toegelaten tot de vervolgopleiding en kunnen daarmee starten.

Er is dit jaar meer aandacht voor ondersteuning en maatwerk bij de afname van de (mondelinge) examens. Bespreek de mogelijkheden met de examen coördinator op school. Doet uw kind zelfstandig examen? Dan kunt u een mail sturen naar staatsexamens@duo.nl.

Meer informatie over uit welk onderdeel het college-examen per niveau en vak bestaat, vindt u op de website van DUO. Op de website van DUO vindt u ook het rooster van de examens.

 

 

Specifieke informatie voor het mbo

De betreffende zorginstelling maakt als eerste de keuze of de student een bijdrage kan leveren aan de patiëntenzorg. Hierbij staat de veiligheid voor patiënt, student en werknemers in de zorginstelling voorop. Er bestaat ruimte voor de student om aan te geven bij de zorg- en onderwijsinstelling of hij/zij om persoonlijke redenen de stage of het coschap wil continueren of niet.

Fysieke onderwijsactiviteiten gestaakt

Op dit moment is de richtlijn dat alle fysieke onderwijsactiviteiten op de locaties van hogeronderwijsinstellingen worden gestaakt. Stages en andere aan het onderwijs gerelateerde activiteiten buiten de instelling kunnen wel doorgang vinden, tenzij de werkgever in verband met corona(maatregelen) reden heeft de activiteit te staken. Medische en zorgopleidingen onderwijsvormen waarbij studenten in de vorm van stage of onderwijs werkzaam zijn in een zorginstelling, zoals een UMC, een algemeen ziekenhuis of extramurale zorginstelling, vormen een bijzondere categorie. Hier geldt dat het in sommige gevallen nodig is dat stagiaires en coassistenten naar huis gaan, omdat de zorginstelling zich primair op het zorgproces moet kunnen richten. En soms is het juist noodzakelijk dat stagiaires of coassistenten blijven, omdat zij een belangrijke bijdrage leveren aan de patiëntenzorg.

Afwijkende werkzaamheden

Indien relevant wordt afgesproken of en hoe de eventueel afwijkende werkzaamheden binnen de doelstellingen van de stage of het coschap passen. Bij die afspraken is de onderwijsinstelling leidend.

Aparte afspraken

Studenten kunnen, ook wanneer hun stage, co-schap of andere onderwijsvorm is geannuleerd, als student-vrijwilliger in een zorginstelling werkzaam zijn. Voor deze (arbeids-)relatie dienen aparte afspraken te worden gemaakt tussen de zorginstelling en de student, zoals m.b.t. verzekering. Ook in deze gevallen wordt de zorginstelling geadviseerd de afweging te maken of de student de werkzaamheden kan continueren. De zorginstelling zorgt dat het duidelijk is  voor de student dat aan deze vrijwillige werkzaamheden geen beoordeling is gekoppeld en dat het geen voortzetting betreft van eerder gevolgde onderwijsactiviteiten.

Ja, vanaf 15 juni mag het mbo weer praktijkexamens afnemen en praktijkonderwijs geven.

Ja, de examens in het mbo gaan zoveel mogelijk door. De examens voor studenten in het laatste jaar van hun opleiding zijn het belangrijkste. Daar geven de mbo-scholen voorrang aan. De examens kunnen online, op stageplekken of andere locaties worden afgenomen, wanneer er voldoende afstand gehouden kan worden en andere instructies van het RIVM in acht worden genomen.

Mbo-scholen hebben tot 12 maanden na de start van de opleiding (bij meerjarig opleidingen) de tijd om een bindend studie advies (BSA) te geven. Het positief of negatief bindend studieadvies kan pas gebeuren wanneer er over de hele linie voldoende beeld is over de studievoortgang en de school hierbij de persoonlijke omstandigheden van de student betrekt. Het feit dat de student onvoldoende studievoortgang heeft geboekt vanwege de coronamaatregelen, en daardoor niet alle resultaten heeft behaald, is zo’n omstandigheid.

Over het coronavirus 

Dat komt doordat kinderen een kleinere rol spelen in de verspreiding dan volwassenen. We weten dat er weinig kinderen zijn met COVID-19 en dat als kinderen ziek worden, de ziekte milder verloopt. Uit lopend onderzoek lijkt het dat de overdracht van het virus van kinderen onderling of van kinderen naar volwassenen minder vaak voorkomt. Naar school gaan en buitenspelen kan dus gewoon.

Toch is het verstandig om het contact tussen kinderen uit verschillende groepen, tussen kinderen en ouders en tussen ouders onderling zoveel mogelijk te beperken. Daarom moet de anderhalve-meter-maatregel wel zoveel mogelijk toegepast worden. Zeker tussen basisschoolleerlingen en leraren. Het is ook heel belangrijk dat kinderen regelmatig hun handen met water en zeep wassen, en hoesten en niezen in de binnenkant van de elleboog.

Volwassenen spelen een grotere rol in de verspreiding van COVID-19 dan kinderen. We weten dat de overdracht van het virus van kinderen onderling of van kinderen naar volwassenen minder vaak voorkomt. Kinderen kunnen wel besmet raken door volwassenen. Daarom moeten de anderhalve-meter-maatregel wel zoveel mogelijk toegepast worden, en zeker tussen basisschoolleerlingen en leraren.

Dat komt doordat kinderen een kleine rol spelen in de verspreiding. Daarbij worden kinderen minder snel besmet en ziek dan volwassen. Bij kinderen met COVID-19 verloopt de ziekte milder. Zo komen luchtwegklachten minder vaak voor bij kinderen dan bij volwassenen. De verwachting is daarom dat de opening van scholen en kinderopvang niet tot meer opnames op de Intensive Care zal leiden.

Hiervoor gelden de volgende adviezen en richtlijnen van het RIVM:

  • Een kind dat Corona gerelateerde klachten heeft blijft thuis
  • Een kind met klachten wordt zo mogelijk getest door de GGD met toestemming van ouder(s)/verzorger(s).
  • Een kind dat behoort tot een risicogroep kan worden vrijgesteld van fysiek onderwijs (beslissing van ouder(s)/ verzorger(s) in overleg met de school).
  • Een kind van wie gezinsleden tot een risicogroep behoren kunnen worden vrijgesteld van fysiek onderwijs (beslissing van ouder(s)/verzorger(s) in overleg met de school).

Uw kind heeft koorts (meer dan 38 graden Celsius) en hoest of ademt moeilijk? Dan moet u bellen met de huisarts of huisartsenpost. Neem bij ernstige klachten direct contact op. 

Het is belangrijk om de standaardmaatregelen op te volgen die gelden voor alle virussen die griep en verkoudheid kunnen geven:

  • Regelmatig handen wassen.
  • Hoest en nies in de binnenkant van de elleboog.
  • Gebruik papieren zakdoekjes.
  • Geen handen schudden.

Meer informatie

Voor vragen en persoonlijk advies kunt u bellen met ons adviespunt op 088-6050101. Meer informatie kunt u vinden op de website van de Rijksoverheid en de website van het RIVM. Met vragen kunt u ook terecht bij uw regionale GGD. 

De PO-raad stelde samen met de Brancheorganisatie Kinderopvang en Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang een gespreksleidraad op voor school en kinderopvang.

 

 

 

 

Gerelateerde onderwerpen

Centraal eindexamen middelbare scholieren gaat niet door

Het centraal examen (CE) voor middelbare scholieren gaat dit jaar niet door. Scholen moeten op basis van de schoolexamens beslissen of leerlingen geslaagd zijn of niet.

Lees meer

Eindtoets wordt afgeblazen

De eindtoets in het primair onderwijs gaat dit jaar niet door in verband met het coronavirus. De scholen gaan zich volledig richten op de opvang van leerlingen en de organisatie van onderwijs op afstand.

Lees meer

Basisscholen deels open per 11 mei

Vanaf 11 mei mogen basisscholen gedeeltelijk weer open. Het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs, de BSO en opvangcentra gaan volledig open. Middelbare scholen blijven zeker tot 1 juni dicht. Dat maakte het kabinet dinsdagavond bekend.

Lees meer

Aanmeldprocedures voor de middelbare school

Voor leerlingen in groep 8 is het een spannende periode. Ze krijgen te horen op welke middelbare school ze toegelaten worden. Maar hoe zit het met de aanmeldprocedure? En wat is het verschil tussen de regionale en die van de school?

Lees meer

Formulier om verwachting schooladvies bij te stellen

Minister Arie Slob stuurde eind vorige week een brief naar alle scholen. Daarin pleit hij ervoor dat ze alles in het werk moeten stellen om leerlingen te laten starten in een brugklas op een niveau dat recht doet aan hun capaciteiten en mogelijkheden. Om daartoe ook een bijdrage te leveren ontwikkelde Ouders & Onderwijs samen met de PO-Raad en VO-raad een formulier dat kan worden toegevoegd aan het overgangsdossier.

Lees meer

Bron: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap & Rijksoverheid, 24 maart 2020

Neem contact met ons op

Het adviespunt is bereikbaar voor al uw vragen.